Petrus / Pieter Janse  
geslacht Steenhof  Woudenberg
W113



Gedoopt (Gereformeerde kerk) 20 april 1692 te Woudenberg. (get Geertje Evertz)
Pieter groeit op in het huis in de Middenstraat in Woudenberg.
Zijn vader werkt daar als smid.
Hij is een jaar of zeven wanneer zijn vader overlijdt.

Pieter is werkzaam als tabaksbouwer en daghuurder.
Een daggelder of daghuurder is een los arbeider die in verschillende bedrijfssectoren werkzaam is.
In het oogstseizoen is dit veelal bij een van de talrijke boeren.
(meer over de tabaksteelt  )

Lijsbeth Wildeman
Pieter ontmoet Lijsbeth Wildeman. Ze is drie jaar ouder dan Pieter.
Lijsbeth is de dochter van schoenmaker  Jan Gerritsz Wildeman en Jannigje de Kruijff.
Kort na hun huwelijk overlijdt de moeder van Pieter, Gosentje Roelofs.
Ze gaan na hun huwelijk in het huis van de schoonouders Wildeman wonen, aan de zuidzijde van de Voorstraat (nummer 3 - thans nummer 11) zie plattegrond
Ze verhuizen (voor 1748) naar de overkant, naar nummer 2.

kinderen
Er worden achtereenvolgens zeven kinderen geboren, allen gereformeerd gedoopt in Woudenberg:
Trijntje, ged. 10-09-1713 (get Grietje Janz Steenhof)
Jan, ged. 15-09-1715 (get Grietje Janz Steenhof) (volgt met eigen beschrijving)
Gerrit , ged. 30-09-1719 (get Marij Korneliszn) (volgt met eigen beschrijving)
Wessel , ged. 22-03-1722 (get Grietje Lagerweij) (volgt met eigen beschrijving)
Hendrik, ged. 10-10-1723 (get Geertje de Bree)
Kornelia, ged. 25-08-1726 (get Anna Schouten)
Gosewina, ...

Pieter betaalt vanaf 1720 (hij is dan 28 jaar oud) "Logys belasting" ad ƒ 8 per jaar.
In 1730 wordt het tarief verhoogd naar ƒ 9

Eind 1730 is hij getuige bij het passeren van een testament.

lidmatenregister gereformeerde gemeente Woudenberg 1746
Namen van de ledematen die ik, C.P. Pronckert, komende in mijne dienst in septemb. 1746 tot Woudenberg gevonden heb.
"...
Gerritie Steenhof, obiit 1d/8m 1761   /  Jannetie Steenhof ..."

huisgezin 1748
In 1748 is hij ingeschreven bij het "Huisgezinnen gerecht Woudenberg 1748"
Peter Jansen Steenhoff van beroep daghuurder 
Hij bezit één morgen (ca 4/5 hectare) land en woont met drie personen in de Voorstraat op nummer 2. .
Bij hem in woont Thijs Wildeman, Lijsbeths broer, met zijn vrouw. Thijs is ook daghuurder.
Thijs en vrouw vertrekken in de jaren erna en wij zien dan Gerrit, zoon van Pieter, met zijn vrouw  bij hen intrekken.
Het bewuste huis is Voorstraat 2, aan de zuidkant. 
Op nummer 1, het hoekhuis woonde de weduwe van predikant van Toll met haar vier kinderen.
Op nummer 3. (dus de andere buren) woonde de familie Eijkelkamp (met drie kinderen).
Het huis van Pieter lag bijna aan de Poort (het pleintje). Hij was eigenaar van het pand.
In 1766 verkocht hij het huis aan Arien Eykelkamp.

"Arien Willemse Eijkelkamp heeft gekogt van Peter Jansze Steenhoff weduwnaar van Elisabeth Wildeman zeeker Erff en grond met een huijsinge en verder getimmerte daar op en een hoff daar agter gelegen aan de zuidzijde van de straat van Woudenbergh, volgens coop conditien van den 8  januari j 1766 om driehonderd gulden en twee stuijvers met rantsoen waarvan den 40e penning over de 3½ percent bij mij is ontvangen.
Den 13 februarij 1766. Was get: Onleesbaar"

1741, Dochter Trijntje trouwt in Maarssen met Carel de Bie.
1741, Dochter Gosewina trouwt in Zeist met Frans Hoevelaken.
(attestatie van Oudewater)
1748, Zoon Gerrit trouwt in Woudenbergmet Teuntje Huysstede.
Lijsbeth Wildeman overlijdt op 30-05-1752 in Woudenberg.
1753, zoon Jan trouwt in Amsterdam met Geertrui Planten.
1756, Zoon Wessel trouwt in Amsterdam met Elisabeth Peereboom.Vader Pieter is getuige.
Pieter overlijdt in oktober 1768, 76 jaar oud. Hij wordt b
egraven op 26 oktober 1768 te Woudenberg. 
Er is een grafsteen in de Hervormde  Grote Kerk geweest in Woudenberg.
( Later is daar Jan Marinus begraven.)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


4


 

 

 

 

TABAKSTEELT

De eerste Nederlandse tabaksteelt verschijnt begin 17e eeuw in Amersfoort. De tabaksteelt verspreidt zich verder over de Veluwe en komt later in de Betuwe voor (1654 in Elst (OB).. 
Het telen van tabak was iets geheel nieuws in de landbouw en kon zich zo goed verbreiden omdat de vraag naar tabak groot was, waardoor de telers er, ondanks de risico's, goed aan konden verdienen.
Woudenberg was en bleef eeuwenlang een kleine, agrarische gemeenschap.
Tot het einde van de 19e eeuw waren akkerbouw en tabaksteelt (vanaf ca. 1700) belangrijke bestaansbronnen.
De boeren kozen voor tabak omdat het een sterk gewas is, dat goed gedijt op arme grond en opgewassen is tegen het veranderlijke klimaat.
In 1783 noemde 12% van de beroepsbevolking van Woudenberg zich 'tabakker'.
Pieter moet het begin van de tabaksteelt hebben meegemaakt.
Het is mogelijk, zelfs waarschijnlijk, dat Pieter zelf tabak teelde op zijn stukje grond.
We kunnen stellen dat hij een van de eerste tabakstelers van Woudenberg was.
De tabak werd voornamelijk verwerkt tot snuif- en pruimtabak. Pas na 1827 (de uitvinding van de lucifer) kwamen de sigaren sterk in opkomst.

schuren
Aanvankelijk hing men het tabaksblad te drogen op zolders, in koeienstallen, op de deel of buiten onder een afdak. Veel kleinere tabaksplanters zijn dit altijd blijven doen.  Omstreeks 1660 werd begonnen met het bouwen van speciale schuren om de tabak te kunnen drogen. Deze eerste schuren (en loodsen) hebben er waarschijnlijk uitgezien als wagen- of hooischuren.
Pieter woonde in de Voorstraat. Daar hebben ook enige tabaksschuren gestaan. In de tijd dat Pieter er woonde, waren de schuren niet zo groot als de latere tabaksschuren.


tabaksschuur aan de Voorstraat in Woudenberg

de teelt
De tabaksplant is een eenjarige plant.
Tussen het zaaien en oogsten liggen niet meer dan zo'n vier tot vijf maanden. 
Tijdens dit groeiproces worden de planten 'getopt' (de bloemen worden uitgesneden), waardoor alle voedingsstoffen aan de bladeren ten goede komen. 
Omdat niet alle bladeren tegelijk rijp zijn, worden ze één voor één geplukt. Aangezien de bladeren van onderaf rijpen, worden ze van beneden naar boven in verscheidene partijen geoogst, waarbij de onderste bladeren het zogenaamde 'zandblad' leveren. 

de oogst
Na de oogst worden de bladeren in de buitenlucht gedroogd. 
De tabaksbladeren worden aan stokjes of dunne draden geregen, en in de schuren opgehangen. 
Dit drogingproces, waarbij het blad zo'n 85% van zijn oorspronkelijke gewicht verliest, duurt ci vier weken.
Tevens treden er chemische veranderingen op, die als voorfase van het fermenteren beschouwd kunnen worden. Het fermenteren is een soort gistingsproces, waardoor de hoeveelheden zetmeel en eiwitten in de tabak sterk worden afgebroken, terwijl ook het nicotinegehalte enigszins omlaag gaat.
Tenslotte worden ook de geur en het aroma van de tabak ontwikkeld, en wordt de kleur van de bladeren door het fermenteren gelijkmatiger.

broei
Tijdens het fermenteren worden de bladeren gebundeld en op stapels gelegd.
Hierdoor ontwikkelt zich een soort broei, zoals die bijvoorbeeld ook bij hooi voorkomt.
Zodra het binnenste gedeelte van de stapel een temperatuur van zo'n 55o C bereikt heeft, wordt de stapel uit elkaar gehaald en tot een nieuwe gevormd, waarbij men ervoor zorgt dat de bundels die binnenin hebben gelegen nu buiten komen en omgekeerd.
Dit proces van stapelen en uit elkaar halen kan zich 4 tot 7 keer herhalen, totdat de tabak uitgefermenteerd is en de temperatuur niet meer oploopt.
Na tien weken drogen en fermenteren is de tabak geschikt voor de verkoop.
                                                                                                                                                     TERUG