Hendrik Jansz
geslacht Steenhof  Woudenberg
(W111)


Hendrik is geboren rond 1680, als waarschijnlijk eerste kind van Jan Hendrikz (Steenhof) en Gosentje Roelofs.(is niet te bewijzen). Van hem bestaat geen geboorte- (doop-) inschrijving. Hij is vernoemd naar zijn opa Steenhof.
Hij groeide op in het huis in de Middenstraat. Zijn vader Jan had er als smid een werkplaats. Hendrik zal er van jongsaf aan vertrouwd geweest zijn met het vuur en het geluid van de hamers.
Het is bekend dat Hendrik als jongen werkte in 'een' smidse, waarschijnlijk bij pa. Wellicht omdat hij de oudste van de vijf zonen was. Zijn broer Aert werd later ook smid.
Zijn vader overleed toen Hendrik circa 20 jaar oud was. Het ligt voor de hand dat Hendrik nog enige jaren in de smederij van zijn vader werkte.
Er was in die tijd nog een smid (Dit blijkt uit diverse registers). Zijn naam was Jan Victorz.

Geertje de Bree
Hendrik heeft kennis aan een meisje uit Woudenberg, Geertje de Bree. Geertje woont naast oma Roelofs in de Voorstraat. Haar vader is ook smid. Ze is negentien jaar oud en vier maanden in verwachting.
Hendrik en Geertje gaan op 5 december 1705 in ondertrouw en trouwen op de dag voor kerstmis 1705.
Ze gaan/blijven wonen bij moeder Gosentje Steenhof in de Middenstraat. Hun eerste dochtertje wordt het voorjaar daarop geboren en vernoemd naar oma Steenhof, Gosentje, ook als 'Gerritje'.
Kleine Gosentje wordt gedoopt op 18 april en oma Gosentje Steenhof is getuige.
Na Gosentje vinden we de geboorte van nog drie dochters, Jannigje, Cornelia en Henderijntje, in 1708, 1711 en 1712. Ze worden allemaal gedoopt in Woudenberg. Moeder Gosentje Roelofs is twee maal doopgetuige
(1706 en 1711), zus Grietje eenmaal (1708)

zelfstandig
Vanaf 1708 gaat Hendrik "logysbelasting" betalen. Dit betekent dat ze zelfstandig zijn gaan wonen. 
(  over Logiesgeld)

Zijn moeder betaalde apart haar belasting. 
Hij woonde in "Het Dorp". Hij betaalde doorgaans ƒ 0 16 0. Deze belasting werd geheven naar draagkracht.

diaken en kerkmeester
In de jaren 1709,1710 en 1711 komen wij hem tegen als diaken van de Hervormde Kerk in Woudenberg. 
In 1710 was hij (ook) kerkmeester.
Op een van betreffende documenten vinden wij zijn handtekening
Ten tijde van Hendriks diaconie legateerde een rijke Woudenbergse jonkvrouwe twee zilveren bekers aan de kerk. De goede geefster had wel de voorwaarde, dat de bekers steeds vóór en na gebruik gehaald en teruggebracht moesten worden naar haar woonplaats (Bruinenburg) ...

schepen
Hendrik was schepen van Woudenberg.
Op 26 januari 1708 legt hij de eed af, 'in handen van de schout'.
Er zijn geen gerechtelijke archieven in het Rijksarchief te Utrecht bewaard van 1708, 1709 en 1710 uit zijn tijd als schepen . 
Wel zijn er de volgende aantekeningen:

1708,  Vergoeding voor vier open regtdagen, gehouden den 15den maart, 21junij, 11 october en den 20en december (1/7 deel van 29 gulden en 8 stuivers)
1708,  Vergoeding van 1/7 deel van 10 gulden en 10 stuivers "voor assisteren dezer settinge" over 1708  (Het opmaken van deze specificatie geschiedde door de gemeente secretaris)
1708, Vergoeding van 1 gulden en 1 stuiver voor "het maken van de Nominatie van schepenen over den jaare".
De open regtsdagen in 1709 waren 21 maart, 18 julij, 10 october en 19 december
In 1710 waren deze dagen: 13 maart, 3 april, 9 october en 18 december
Op 20  januari  1711 werd wederom de eed afgelegd maar daar was Hendrik Jansz niet meer bij.

Hij houdt, met de schout en de andere schepenen meestal zitting in een van de herbergen van het dorp.
Officieel hielden schout en schepenen zitting in het oude gerechtshuis in de Voorstraat en wel op nummer 16-18. Dit gebouw was lange tijd het oudste huis van Woudenberg. Het deed tot circa 1735 dienst. Na die tijd was er, ook in de Voorstraat een 'nieuw gerechtshuis'.Het oude huis is in 1965 afgebroken.
Theunis Wildeman was onderschout in die tijd. Hij woonde in het gerechtshuis. Bij hem thuis, of in een van de herbergen werd recht gesproken.
In Woudenberg vinden we in die tijd geen grote misdaden of vergrijpen.
Als schepen had Hendrik een eigen bank in de kerk. Sinds een jaar of vijf (1697) was er voor de schepenen een apart gestoelte gemaakt. Ook was er een voor de kerkmeesters.  

vroedschap
De bevolking liet zich in bestuurszaken vertegenwoordigen door de vroedschap
De burgerij koos oorspronkelijk een aantal ‘vroede’ (wijze) lieden om hun belangen te behartigen.
Later koos de vroedschap zelf nieuwe leden. In de praktijk had de vroedschap weinig macht. 
Het was slechts een adviserend orgaan. Maar de meeste vroedschapsleden wilden ooit zelf burgemeester of schepen worden en hielden de burgemeesters, die de verkiezing van die ambten in handen hadden, te vriend.

vermeld
In de boeken komen we Hendrik Steenhof meermaals tegen. Als diaken, schepen en als smid.
In het register "Specificatie van Buurtlasten over Woudenbergh en Geeresteijn" vinden we bijvoorbeeld
1707 voor geleverde spijkers, volgens specificatie 1 gulden 11 stuivers en 8 stuivers
In 1710 "Komt voor Hendrik Jansz Steenhof, smit, voor gelevert Jaarwerk volgens specificaties de somma van 1 gulden en 3 stuivers"

zegel (merkteken)
Zegelt als schepen van Woudenberg in 1708 met een letter (D), waaronder twee gekruiste hamers of vlegels.

overleden
In 1712 kort voor, of net na de geboorte van zijn jongste dochter Henderijntje moet Hendrik zijn overleden. 
(Waarschijnlijk is Henderijntje naar Hendrik vernoemd en het zou ons niet verbazen dat Hendrik daarom voor de geboorte overleed). We weten niet of hij is overleden in Woudenberg. De registers uit die tijd ontbreken.
Geertje blijft achter met de vier meisjes van 0, 1, 4 en 6 jaar oud.

Geertje blijft maar kort alleen, ze hertrouwt in Woudenberg op 12 maart 1713, met Geurt Woutersen Zmeez (Smees) uit Aalten. Deze Geurt is smidsbaas. Mogelijk neemt hij de smidse van Hendrik over. 
Maar ook Geertjes vader had ooit een smidse.
Het paar woont tot 1748 in het huis Voorstraat oud nummer 7, dat van Geertjes ouders was geweest.
Het is mogelijk dat Geertje daar al woonde met Hendrik.
Geertje is overleden op 23 februari1748 te Woudenberg 

de dochters
Dochter Gosentje/Gerritje trouwt op 13 december 1733 te Woudenberg Jacob Roelofsz van de Vliert, gedoopt circa 1704 te Woudenberg (?). Het echtpaar krijgt vijf dochters en drie zonen.
Dochter Jantje (Jannigje)
wordt in 1725 aangenomen door Ds Theodorus van Toll als lidmaat van de Hervormde Kerk te Woudenberg. Ze trouwt tussen 1728-1730 in Woudenberg met Hermen Jansz van Meerbeek.
(zv Jan Hermsen van Meerbeek en Teuntie Brendsten. Ged 22 februari 1699 te Velp, daghuurder te Woudenberg.) 
Het stel verhuist naar Roosendaal. Ze overlijdt in Woudenberg en wordt begraven op 12 februari 1776 als
Jannigje Roosendaal.  Haar man overlijdt in Roosendaal eind januari 1778. Er is één zoon (met nageslacht) bekend.
Ons is niets bekend over dochter Cornelia.
Dochter Henderijntje trouwt op 1 november 1744 in Woudenberg met Jan Evertsen van de Noort uit Woudenberg. 

Op 6 februari 1746 trouwt te Amersfoort Jan van Oort, weduwnaar van
Hendrina Steenhof met Berendina Groessen.