VOLTHE

 


OVERZICHT

Het onderzoek 'Volthe' is verdeeld in vier afzonderlijke delen die onderling wel met elkaar verbonden zijn. 
Omdat deze vier groepen alles met elkaar te maken hebben, is een onderlinge scheiding niet altijd noodzakelijk.

a. DE ERVE (boerderij) STEENHOF (en oude Steenhof).
b. PERSONEN IN EN ROND VOLTHE MET DE NAAM STEENHOF.
c. HET GESLACHT OUDE STEENHOF.
d. DIVERSE LOSSE GESLACHTEN STEENHOF(F) in VOLTHE

Er is veel bekend en gepubliceerd over Twente en zijn geschiedenis. 
Niet onvermeld mag blijven, dat wij bij het Volthe-onderzoek dankbaar gebruik maken van bestaande onderzoeken en publikaties.


TWENTE

Verplaatsen wij ons naar Oost-Nederland, naar Twent(h)e in het oostelijke deel van Overijssel

...................
..............................................

Een landschapsgebied ingeklemd tussen water en heuvelruggen, tegen de Duitse grens aan. 
Met eeuwenoude bossen, boerderijen, weilanden, heidevelden, houtwallen, beken, vennen, landgoederen, akkers, en 'muurtjes' van oude bomen.
Een deel van de oudste Twentse boerderijen is, naar de overlevering vertelt, ooit ontstaan als vervenershuisje waaraan later een verhoogd en groter stuk is gebouwd (vandaar wellicht 'het kameel-dak')

grens
Staatkundig is er een grens, grotendeels een natuurlijke grens gevormd door venen en moerassen. 
In regenrijke jaren zijn deze grensgebieden heel lang moeilijk te bereizen geweest. 
Lange tijd was de regio dan ook sterk geïsoleerd. 
Er liepen weinig tot geen wegen in het moerassige- en later veengebied.

geschiedenis
De geschiedenis van Twente reikt terug tot in de tiende eeuw, toen het graafschap door bisschop Balderik aan het Sticht gehecht werd. Het deelde vervolgens in de lotgevallen van het Oversticht, werd betrokken in de machtsstrijd tussen Karel V en Karel van Gelder, was, bijvoorbeeld in de jaren van 'de opstand', 1672, 1813 en 1940-1945 herhaaldelijk krijgstoneel. 
De geschiedenis van de erve Steenhof in Volthe moet zeker in dit licht worden gezien.

marke
De geschiedenis van de erve Steenhof en zijn bewoners, speelt zich af in de marke Volthe. 
Over betekenis en ontstaan van 'marken' is veel geschreven.
Feitelijk betekent 'marke' grens
Hierover in het kort:

De allereerste bewoners, landbouwers legden hun bouwland aan op drogere stukken grond, waar het water minder last gaf. Zo ontstond een es. Op en om de es kwamen steeds meer boeren wonen, en er werd al snel samengewerkt.
Het huis, de tuin en de bouwgrond behoorden aan de boer. 
De rest van de grond was van de boerengemeenschap. Op die 'woeste grond', het gemeenschappelijk veen, veld, de bossen en bosjes, had iedere boer recht. Er kon vee grazen, er werd gemaaid, zand gegraven, hout gehakt, turf gestoken, enzovoort. 
Er kwamen steeds meer boeren om de es wonen, die steeds meer 'woeste grond' nodig hadden. 
Zo kwam men op een gegeven moment in aanvaring met de bewoners van de aanpandige es. 
Daarom werd bepaald tot hoever de grond van de ene groep boeren ging en hoever die van de andere boeren, en zo ontstonden 'de marken'. 

marke-afbakening
De grens van een marke kon een natuurlijke afbakening zijn, bijvoorbeeld een beek of bosje. 
Meestal werden wel opvallende punten gebruikt: een hoogte, een heuvel, een hoge boom. 
Of er werden markestenen (circa 30-100 cm of meer) neergelegd. 
(Anno heden worden er nog steeds van deze markestenen gevonden!)
Lindenbomen  markeerden vaak de markegrens. Vandaar dat je in ieder Twents markeboek over bepalingen omtrent het houtgebruik kunt lezen. Net zoals we bij de geschiedenissen van andere geslachten Steenhof(f) zagen en nog zullen zien, was het niet zo, dat men maar naar hartelust mocht kappen en zagen. 
In het markeboek stond precies hoeveel, hoe vaak en van welke afmetingen hout van de markegronden gehaald mocht worden. Vooral het harde beuken- en eikenhout was aan strenge bepalingen gebonden. 
De boeren waren verplicht bepaalde soorten en hoeveelheden bomen te planten. (De 'boomplantdag' is dus al heel wat ouder dan menigeen denkt!)

de marke Volthe
De streek rond Volthe, met kleine akkers, houtwallen, oude essen, beken, zandweggetjes, esdorpen, weilandjes en hooilanden (geen rogge). Dit beeld is in de loop der eeuwen bijna niet veranderd. 
Wel verdween eerst steeds meer bos en kwamen er steeds meer heidevelden. 
Maar deze heidevelden werden ontgonnen en er kwamen weilanden en weer bossen voor in de plaats.
De gegevens en gebeurtenissen van de erven van marke Volthe werden opgetekend in het markeboek. 
Helaas zijn deze boeken ooit vernietigd. Exacte gegevens over bijvoorbeeld de bouw of het ontstaan van erve Steenhof hebben we daarom niet.

vernoeming
Twente is voor genealogen geen gemakkelijk gebied. 
Niet alleen omdat er nogal wat DTB- (Doop-Trouw-Begraaf-) boeken verloren zijn gegaan door branden en oorlog bijvoorbeeld. Er was meer strijd dan in de meeste andere delen van het land: (kijk alleen al naar de 50- en 80-jarige oorlogen en later de problemen met de bisschop van Munster -1665 en 1672).
Nee, de grootste moeilijkheid in Twente is toch wel dat iemand vaak niet naar zijn vader genoemd wordt, 
doch naar de boerderij. En wel gedurende een onbestemde periode. 
Deze materie loopt als een rode draad door de Volthe-beschrijving heen.

Wanneer iemand vanuit een boerderij trouwde, of die boerderij in pacht of eigendom kreeg, 
zal hij in de meeste gevallen naar die boerderij genoemd zijn. 
In de meeste delen van het land noemden de eenvoudiger lieden zichzelf slechts met de voornaam (en eventueel die van de vader). De dominee, pastoor of de richter nam daar geen genoegen mee en schreef daar wat achter. Als er geen betere oplossing voor de hand lag, de vaders voornaam. 
In Twente was het echter meestal de gewoonte om als achternaam de naam van het afkomstige erf of hof te gebruiken. Vóór 1811 vond je bijna geen andere namen in de boeken. 
Dit kan bij familie-onderzoek in deze streken grote moeilijkheden opleveren, met name wanneer de betrokkenen van woning zijn veranderd en dus ook de familienaam na kortere of langere tijd werd gewijzigd. 
Dezelfde vader staat dan in het doopboek onder verschillende namen ingeschreven. 
En inderdaad, dit is ook het geval met families Steenhof uit Volthe. 
Soms vindt men de naamsverandering duidelijk geregistreerd in de trouwakte. Zowel van de man als van de vrouw. Vaak ook ontbreekt het echter. 
Verschillende opvolgende bewoners, van verschillende families, kunnen zich op verschillende tijden naar de hoeve-naam genoemd hebben, evenzoveel verschillende families uitmakende.

Bovendien werd niet alleen de boer/bewoner naar de boerderij genoemd. 
Ook anderen die op of bij het erf woonden, werden -bijvoorbeeld in het doopboek- met de erfnaam aangeduid! Dus kinderen van ‘bijzitters’ of van ‘wonners’ van de erve Steenhof zijn alleen te onderscheiden van de kinderen van de boer door de voornamen van de ouders...
Reken daarbij nog dat de mensen wat
betreft naamgeving niet erg fantasierijk waren (of moeten we zeggen 'ze waren traditioneel'). Met Gerrit, Berend en Jan heb je al de helft van de mannelijke dopelingen… 
Dit zijn niet alleen Twentse problemen. Ook elders in Nederland
en daarbuiten heeft men dergelijke moeilijkheden. Wanneer het de pachters of eigenaren betreft, kan soms uit de gerechtelijke archieven aanvullende inforomatie worden gehaald. Dit is bij de 'gewone lieden' moeilijker.

katholiek
Twente maakte deel uit van het bisdom Utrecht. 
De bisschoppen hadden bezit in Twente. We vinden daarvan al meldingen uit de 9e eeuw. 
In 1300 bezaten ze 200 van de Twentse boerderijen en erven. 
Alle bisschoppelijke erven waren ondergebracht bij zes hoofdhoven.

De staatkundige grens van Twente heeft een rol gespeeld in het godsdienstige leven: 
Twente is overwegend katholiek, de andere kant van de grens, Bentheim, protestant. -Het protestantisme draagt hier overwegend een calvinistisch karakter, waardoor op kerkelijk gebied banden met Nederland tot stand kwamen, die tot op de huidige dag voortbestaan.- 
Ook de inwoners van Volthe zijn, met uitzondering van de havezate Everlo katholiek.)

richterambten
Twente was ingedeeld in 'richterambten'. 
De marke Volthe behoorde tot het gerichtsambt Oldenzaal. 
In Oldenzaal sprak de rechter zijn oordeel uit over het hele richterambt Oldenzaal.
(zie ook )

schattingsregister
De bisschop van Utrecht (en Twente) leende geld van de steden Deventer, Kampen en Zwolle.
Dat geld moest nu teruggegeven worden en zo gebeurde het, dat deze bisschop in 1475 de mensen in Twente een belasting oplegde. Er werd een schattings-(belastings)register aangelegd. 
Dit eeuwenoude document bestaat nog steeds en kan gerust het volledigste worden genoemd als het gaat over boerenerven in Twente in de 15e eeuw. Het is in ieder geval het oudste (bekende) document waarin de naam Steenhof(f) voorkomt.
                                            
                                             schattingsregister 1475 - linksbovenaan STEENHOFF

leenprotocollen
In de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen (leenregisters) staan over een periode van meer dan vier eeuwen de beleningen (overgangen van bezit) opgetekend van ongeveer 2500 boerderijen, landerijen en tiend- en visrechten in o.a. Overijssel en Gelderland. 
De leenregisters bevatten ongeveer 25.000 namen van personen, plaatsen, erven en percelen. 
Ook de erve Steenhof komen we hierin tegen. 
Het Steenhof werd met 15 anderen aangeslagen voor het hoogste bedrag van 2 schilt (=60 stuiver). Deze erven waren de grootste in Volthe. Het waren de 'gewaarde Katen'. 

Mogelijk is hier het 'Kate' foutief gebruikt. En moet dat "gewaarde erven" of "volgewaarde erven" zijn, omdat de meeste katen (kotters, keuterboeren) juist NIET GEWAARD waren. Er waren wel gewaarde katen, maar omdat dat zo bijzonder was, werden die speciaal zo vermeld.
Uit de Twentse geschiedenis is bekend, dat er gewaarde erven, halfgewaarde erven, drieling erven, katen (kotters) en brinkzitters waren, die in afnemende mate recht hadden op het plaggen maaien uit de markegrond,
markehout, eikels voor de varkens, brandhout en het recht om koeien te houden op de markegrond 
(een "uitdrift" bezaten). Een brinkzitter was niet eens een boer, maar een herbergier/winkelier, schoenmaker of andere ambachtsman op het platteland, met misschien een klein stukje roggeland en een tuin. 
Dit soort onderscheiden waren in de tijd van de marke enorm belangrijk.

De leenprotocollen bieden een schat aan informatie over de lokale geschiedenis, maar ook en vooral over de familie-relaties van bezitters van lenen. Dit alles uit een periode waarin andere bronnen van informatie over onroerend goed en personen relatief schaars zijn.
(zie ook )

leenstelsel
Het leenstelsel heeft een ingewikkelde voorgeschiedenis die teruggaat tot in de vroege middeleeuwen. Overijssel maakte tot 1528 deel uit van het bisdom Utrecht en werd ook wel het Oversticht genoemd. De bisschop was zowel geestelijk als wereldlijk heer. Na 1528 kwam de souvereiniteit over Overijssel aan de vorsten uit het Habsburgse Huis, eerst Karel V en later Philips II. Na de Opstand kwam die soevereiniteit tenslotte aan de Staten van Overijssel. (Onderzoek in leenprotocollen - A.J. Mensema.)

In 1805 is het leenstelsel afgeschaft. Meermaals komen wij in deze documenten ook de erve Steenhof in Volthe tegen.Ook springt af en toe een persoon Steenhof uit het geheel, zonder dat er direkt sprake is van de boerderij.

U zag al, dat er naast de erve Steenhof meerdere erven/boerderijen/hoven in Volthe waren, bijvoorbeeld Lashof/Lasschof, Rikhof, Griep, Ensman, Aalman, Moleman, Roolman, enzovoort. 
Namen die tot op heden in de regio terug te vinden zijn.

meerdere erven - meerdere namen
Na huwelijken tussen bewoners van verschillende erven kwam het wel voor, dat families de naam voerden van beide erven. Of men plakte na verhuizing de naam van het nieuwe erf achter die van het verlaten erf. 
Zo komen wij combinaties tegen van Steenhof/Alink, -/Hengel en -/Lessink of Lesscher.
Meer hierover in het deel 'diverse geslachten'