ONBEKEND 1.
BEUSICHEM - DEN HAAG - AMSTERDAM

Silvius, Verburg, Mulier




 Dirk Steenhoff
testament en boedelscheiding
overleden 31-10-1763 te Amsterdam


 

testament
Heden den een en twintigste May des jaars onzes Heere Jesu Christi, zeventien honderd en sestig, `s avonds ten negen uuren.
Compareerde voor mij Gerrit Bouman, openbaar notaris, bij den Hove van Holland geadmitteerd, t'amsteldam resideerende, in presentie Van de ondergenoemde getuijgen.
De Heer Dirk Steenhoff, koopman binnen deese stad, mij notaris bekend, woonende de oudezijds voor of fluweele burgwal, tusschen de Hoogstraat en Stoofsteeg, alwaar `t casteel riddag in de gevel staat, ende Trompet uijthangt zijnde ziek van lighaam, dog bij `t volkomen gebruijk van zijn verstand, geheugen en uijtspraak, zo als klaar bleek.
Te kennen gevende dat de overweginge van de onsekere uuren des doods hem heeft doen besluijten, om wegens zijn na te laaten goederen bij testamente voorzieningen te doen, op de navolgende wijse.
Eerst en voor af herroept en vernietigt hij testateur, alle testamenten, codicillen en andere soorten van uijterste wils dispositien, ofte de kragt van dien hebbende, door hem voor dato deses , `t zij alleen, of te met en benevens iemand anders gepasseert.
Ende nu dan , na Christelijke recommandatie van Ziel en Lighaam, geheel op nieuws disponeerende, verklaarde hij Heer Testateur in alle zijne na te latene roerende en onroerende goederen, mitsgaders actiën, crediten, en geregtigheeden, niets uijtgesonderd, tot zijne eenige en universeele Erfgenaamen te instituëeren , zijne vier kinderen, met naamen Magtilda Steenhoff huijsvrouw van Pieter Mulier, Frederik Steenhoff, Isaac Steenhoff & Johanna Sara Steenhoff, te zaamen in egaale portiën, en, bij voor overleiden van een, of meerdere van dezelve, der zodanige na te latene kind ofte kinderen, en verdere descendenten, bij representatie, allezints vrij en onbelast.
Verklarende hij Testateur zijne uijtdrukkelijke wille ende begeeren te wesen, eerstelijk dat zijne twee jongste , en nog minderjarige kinderen, voor alle verdeeling zijner nalatenschap, uijt den boedel vooruijt zullen moeten trecken, ieder een somma van vijf en twintig honderd guldens, zo voor het bewijs van derselver moederlijke Erfenisse, als voor uijtzetting en huwelijksgoed.
Ten andere verklaarde hij Heer Testateur aan zijn voornoemde dogter Magtilda Steenhoff, de keuse te geeven, of zij genegen is om het huijs en erve, bij hem heer Testateur thans bewoond wordende & in den hoofde deser breder beschreven , bij de scheiding zijner nalatenschap, aan en over te neemen, ten prijse zoals het zelve huijs, volgens de laatste balance, die voor zijn testateurs overleiden, opgemaakt zal wesen., bevonden zal worden, te boek te staan, en, ingevalle dezelve zijn dogter, die aan en overneminge mogt accepteeren, en anders niet, verklaarde hij testateur aan de gemelde zijn dogter te prelegateeren en voor uijt te maken, alle de schilderijen, door G. De la Resse geschilderd, benevens het vloertapijt, thans in de binnekamer leggende, alsmeede alle behangsel ende gordijnen met de roeden, zo voor de bedsteden als voor de glasen, of vensters hangende; mits dat dezelve zijn dochter gehouden zal Wasen, om zich dien aangaande binnen de tijd van vier wieken, na zijn Heer testateurs overlijden, aan de Heere Executeurs deser testamente behoorlijk te declareeren; bij faute van welk declaratoir, hij heer testateur het daar voor wilde gehouden hebben, dat zijn gemelde dochter tot de voortzetting aan en overneming niet genegen is; begeerende hij heer testateur indien gevalle dat zijn voornoemde huijs door de na te noemene heeren executeurs, publicq zal moeten verkogt worden, op zoodanige tijd en wijse, als zij `t convenabelste oordeelen zullen, dezelve heeren tot het verkopen en transporteeren van dien , bij desen authoriseerende en magtig makende, zonder dat daartoe eenige nadere qualificatie, of confirmatie van den regter, zal behoeven verzogt te worden.
En laastelijk was zijn testateurs wille ende begeeren, dat zijn negotie en fabricq, onder `t opsigt en directie van de nagenoemde heeren executeurs zo lang zal moeten gecontinueert en aangehouden worden, tot dat alle, of wel het grootste gedeelte van zijne na te latene ongewerkte zijde en verdere materialen, gebruijkt, verwerkt, en de stoffen daar van gemaakt, verkogt of verzonden zullen Wasen, alzo hij heer testateur oordeeld dat zulks ten meeste profijte van zijnen boedel en erfgenamen zal strecken; verzoekende en authoriseerende dezelve heeren mitsdien om alle gefabriceerde stoffen, die op de gefabriceerde stoffen , die op sijn overleiden in sijnen boedel bevonden, en naderhand van de ongefabriceerde materiaalen gemaakt zullen worden zij publicq, of uijt de hand, en tot zodanige prijsen als dezelve goet vinden zullen te mogen debiteeren en verkopen, of buijten `s lands te verzenden, zonder dat dezelve voor eenige schaden, ongelucken of bancquerotten, aansprakelijk of calangeabel zullen Wasen.
Voorst verzoekt en committeert hij heer testateur tot executeurs van dit testament, tot redderaars van zijn boedel en stervhuijs, tot voogden over zijne minderjarige na te latene kinderen en erfgenaamen, mitsgaders tot administrateurs, zo van derselven vaderlijke als moederlijke goederen , de heeren Benedictus Steenhoff, zijn testateurs broeder; Pieter de Winter, zijn testateurs behuwd broeder, Pieter Mulier, zijn behuwd zoon; en Frederik Steenhoff, zijn meerderjarige zoon; zo nogtans dat het regt der minderjarigen, bij de scheiding van zijn heer testateurs boedel en nalatenschap, door de twee eerst genoemde heeren alleen, zal moeten waargenoomen, en hunne perzoonen, bij `t doen derzelve, gepresenteert worden



boedelscheiding
Op den 14e December 1769 en 19e Januarij 1770 compareerden voor mij Mr. Johannes Beukelaar notaris Oubliiq, bij den Hove van Holland geadmitteert te Amsterdam resideerende, in presentie van nagemelde getuijgen:
De heer Dirk Mulier weduwnaar bij testamente den 30e May 1758 voor de Notaris Isaac Pool en getuijgen alhier gepasseert met en benevens zijn vijf kinderen bij zijne huijsvrouw Juffrouw Magtilda Steenhoff verwekt en genaamt Dirk Pieter Willem, Maria Magtilda en Fredrik Mulier geen stilueerde erfgenamen van derzelve zijn huijsvrouw Juffrouw Magtilda Steenhoff met wien zijn edele buijte gemeenchap van gpedren is gehuwt geweest mitsgaders nog bij t zelve testament aangestelde voogd over sijne voornoemde kinderen welke alle nog minderjarig zijn en regeerder van derzelve goederen met seclusen van alle weesmeesteren en geregten alzoo ter eenre-----
Dheeren Hermanus de Melander en Marten Kooy en juffrouw Dirkje van Loon meerderjarige en ongehuwd als bij testamente door wijlen Dheer Fredrik Steenhoff den 20e februarij deeses jaars voor mij notaris en getuijgen gepasseert aangestelde executeurs en executrice van t zelve en welke boedel is aanvaart onder beneficie van inventaris ter tweede----
Dheer Isaac Steenhoff ter derde-----
En laatstelijk Dheer Jacob Mackaij junior in huwelijk hebbende juffrouw Johanna Sara Srteenhoff en dezelve juffrouw Johanna Sara Steenhoff ten deese met haar voornoemde Man geadsisteert en hiertoe geauthoriseert ter vierder zijde------
Zijnde de voornoemde Juffrouw Magtilda Steenhoff, Dheeren Fredrik en Isaac en Johanna Sara Steenhoff geweest kinderen van wijlen Dheer Dirk Steenhoff alhier den 31e October 1760 overleden, en dus vermogens nagemelde testamente eenige geinstitueerde erfgemamen van derzelve. Wonenden de comparanten binnen deese stadt-----
Te kenne gevende dat de voornoemde Heer Dirk Steenhoff op den Een en twintigste May 1760 voor en de ten overstaan de notaris Gerrit Bouman alhier en deszelfs getuijgen testament heeft opgezegt en gepasseert waarbij hij testateur na herroeping van alle testamente en andere uijterste wils dispositien door zijn voor dato van t selve testament gemaakt, zijne gemelde vier kinderen Magtilda, Fredrik, Isaac en Johanna Steenhoff tot derzelver erfgenamen heeft geinstitueert, en wijders gewilt eerstelijk dat zijne twee jongste en toen nog minderjarigen kinderen voor alle deeling zijner nalatenschap uijt den boedel vooruijt zoude moeten trekken ijder een somma van vijf en twintig honderd guldens zoo voor het bewijs van derzelven moederlijke erffenis als voor het uijtzetting en huwelijksch goederen.
Ten andere verklaarde hij heer testateur aan zijn voornoemde dogter Magtilda Steenhoff de keuse te geven om het huijs bij hem testateur doenmaals bewoont werde (staande op de oudezijds voor off Fluwelen Burgwal tusschen den Hoogstraat en Stoofsteeg alwaar tCasteel Riddag in de gevel staat, en de trompet uijthangt) bij de chijding zijner nalatenschap aan en over te nemen ten prijse zoo als het zelve huijs volgens de laatste balans die voor zijn testateurs overlijden opgemaakt zoude worden bevonden zoude werden ten boeke te stan en ingevalle dezelve zijne testateurs dogter die aan en overneming mogte accepteeren verklaarde hij testateur aan haar te prelegateeren en voor uijt te maken aale de schilderijen door G. De La Resse geschildert benevens het vloertapijt in de binnen kamer als meede alle de behangsels en de gordijnen met de roede voor de bedsteeden glazen of vensters, mits dat dezelve zijn testateurs dogter gehouden zoude zijn om zig dien aangaande binnen de tijd van vier weeken na zijn heer testateurs overlijden aan Dheeren executeurs van tzelve testament behoorlijk te declareeren----

Begeerende hij heer testateur laatstelijk dat zijn negotien en fabrieq onder opzigt en directie den bij t selve testament benoemde heeren executeurs zoo lange zoude moeten gecontinueert ende aangehouden worden tot dat alle of wel het grootste gedeelte van sijne natelatene ongewerkte zijde en verdere materialen gebruijkt, verwerkt en de stoffen daarvan gemaakt verkogt of versonden zouden zijn, versoekende en authoriserende dezelve heeren omme alle de gefabriceerde stoffen die op zijn overlijden in zijn boedel bevonden en naderhand van de ongefabriceerde materialen gemaakt zouden werden tzij publieq of uijt de hand na goedvinden te mogen debiteeren en verkopen of buijten slands te versenden, zonder eenige schaden ongelukken of banquerotten aansprakelijk of rlangeabel te sijn en commiteerende hij heer testateur tot excuteurs van dat testament redderaars van zijn boedel en sterfhuijs voogden over zijn minderjarige na te latene kinderen en erffgenamen en administrateurs van der zelve vader en moederlijke goederen sijn testateurs broeder Benedictus Steenhoff, Pieter de Winter zijn testateurs behuwd broeder, Pieter Mulier zijn behuwd zoon en Frdrik Steenhoff zijn meerderjarige zoon met alle vereijste magt, metuijtsluijting van de heeren weesmeesteren zoo van deese stadt als van alle andere steeden ofte plaatsen daar des Testateurs sterfhuijs zoude mogen komen te vallen off eenige van zijn goederen gelegen mogten zijn------
Alles breeder bij t zelve testament gemelt waartoe gerefereert wert----
Welk testament de voornoemde heer Dirk Steenhoff op den 31e october 1760 als boven metter dood hebbende geconfirmeert------
Zoo heeft Dheer Pieter Mulier als in huwelijk hebbende juffr Magtilda Steenhoff en zij juffr Magtilda Steenhoff zelve ten dien einde met de gemelde haaren man geadsisteert en geauthoriseert bij acte den 24e November 1760 en dus binnen de tijd daartoe voorschreven testament bepaalt, voor en ten overstaan de gemelde notaris Bouman en getuijgen alhier gepasseert genegen te zijn om het huijs voormelt bij de scheijding van de boedel van hem Dirk Steenhoff aan en over te neemen ten prijse zoo als tzelve bij de laatste balans, die voor haar vaders overlijden opgemaakt was, te boek gesteld stond en dien volgende te acceptereeren het prelegaat aan haar juffr. Magtilda Steenhoff gemaakt en besproken ingevalle zij zich binnen de tijd van vier weeken na haar vaders overlijden kwam te declareren dat zij tot de voorschreeve aan en overneeming genegen was gelijk dan ook de grosse van dezleve acte door de voornoemde nortaris Bouman zooals die daarbij declareert aan de gemelde heeren executeurs is behandigt. Dat vervolgens de gemelde heeren executeurs Benedictus Steenhoff, Pieter de Winter, Pieter de Mulier en Fredrik Steenhoff van derzelve boedel van hem Heer Dirk Steenhoff hebben doen maken en beschrijven den staat en inventaris welke den 27 november 1760 ten overstaan van de meergemelde notaris Bouman en getuijgen is voltrocken en gesloten zijnde wijdens de meubelen huijsraat en inboedel bij gedagte overledene nagelaten publiq verkogt.

De negocie en fabrieq gecontinueert tot de ongewerkte zijde en verdere materialen geconsumeert en verwerkt waren en de stoffen daar van gemaakt zijn met en benevens verdere negocie goederen gegewonden en ongewonden zijde en verdere materialen behorende tot de fabrieq verkogt en te gelden gemaakt. Hebbende de gemelde heeren executeurs Benedictus Steenhoff, Pieter de Winter en Pieter Mulier hunnen meede excuteur Dheer Fredrik Steenhoff bij twee bijzondere procuratien deene door de twee eerst gemelde voor en ten overstaan de notaris Gerrit Bouman en getuijgen alhier geparaffeerd en ten tweede door de laatstgemelde voor de notaris Adriaan Hoogop junior te Noordwijk verleeden bij de in dato 14 november 1760 tot generale gemagtigde in en omtrent den voorschreevene boedel gecommiteert en aangesteld welke heer Fredrik Steenhoff dan ook ingevolge dezelveProcuratien de penningen zoo in de boedel bevonden als van de verkogte meubilaire en negocie goederen ingekomen als meede wegens uijtstaande schulden ten goede heeft ontvangen, en daartegens de lasten des boedels betaalden. Dat inmiddels de voorschreeve procuratien behoorlijk zijnde gerevoleert Dheer comparant Pieter Mulier als met en benevens nu wijlen Pieter de Winter mitsgaders Benedictus en Fredrik Steenhoff gestelde meede executeurs van den testamente van wijlen Dirk Steenhoff meede redderaar van zijn boedel en sterfhuijs meede voogd over zijne minderjarige kinderen en meede erffgenamen en meede administrateur van derzelven zoo vader als moederlijke goederen gevoegt met vrouwe Geertruijda Verburg wedvan geinstitueerde erffgenaam van bovengemelde Pieter de Winter voor haar selve en nog als moeder en voogdesse van en over haare minderjarige zoon Isaac de Winter alss meede Dheer Jacobus Daniel Thureth in huwelijk hebbende vrouwe Christina de Winter en juffr Willemina de Winter meerderjarige dogter respective kinderen en voor hunne legitime erffportien meede erffgenamen van wijlen de bovengenoemde Pieter de Winter hebben ter vierschaar gedaan dagvaarden de voornoemde heer Fredrik Steenhoff als gewezene gemagtigde van hem comparant Dheer Pieter Mulier van Dheer Benedictus Steenhoff in bovengedagte qualiteit mitsgaders den zelven heer Benedictus Steenhoff als in bovengedagte qualiteit, die voor schreeven procuratie op den eerste gedaagde meede gepasseert hebbende en wel den eerste gedaagde omme te geven te doen behoorlijke en specifieque reekening en verantwoording van t geene door zijne uijthoofde van de voorschreeve procuratie in en ontrent de zaken daar bij vermeld verrigten gedaan geweest, met exhibitie van de boeken brieven chartres, papieren en quitantien tot justificatie van dezelven reckeningen gedagte verantwooding eenigsints specteerende en gehorende mitsgaders tot extraditie en betaling van t saldo, en den tweede gedaagde omme met den eijsscher tot het vorenstaande te concurreeren waar tegens door de gemelde heer Fredrik Steenhoff is gesustineert door nadien hij heer Pieter mulier als in huwelijk hebbende juffr. Magtilda Steenhoff en zij Magtilda Steenhoff zelve als dogter en geinstitueerde meede erffgenaam van de voornoemde heer Drk Steenhoff met haren man geadsisteert bij acte de 24 november 1760 als boven gepasseert had de geamislecteert omme het huijs en erve staande en de gelegen op de Fluweelen Burgwal bij dezelve overledene Dirk Steenhoff bewoont geweest volgens de prijs waar op dezelve bij de laatste balance was te boek gesteld zijnde geweest een somma van sestien duijsend en vier hondert guldens beij de scheijding des boedels over te neemen en dat hij heer Pieter Mulier en deszlefs gemelde huijsvrouw zedert den 20 april des jaars 1761 de possesse van t zelve huijs hadde gehad, zijnde dan ook verpligt zoude zijn van de gemelde somma eenige interssen te betalenof aan den boedel goed te doen presenteerende verder hij heer Fredrik Steenhoff aan den eijsscher en de tweede gedaagde te geven en te doen behoorlijke reekening en verantwoording van t geen door sijne uijt kragte der voorgemelde op hem gepasseerde procuratien en omtrent de saken daar bij gemeld is gedaan en verrigt, met exhibitie van boeken, brieven, chartres, papieren en quitantien tot justificatie van derselve reekening en verantwoording eenigsints specteerende en t saldo t welk hij eerste gedaagde alzoo zoude mogen werden bevonden aan de boedel van meergedagte Heer Dirk Steenhoff verschuldigt te zijn tegens behoorlijke acte van acquit en decharge aan denzelve boedel uijt te keren en voldoen, en alzoo te stellen in handen en onder concurrentie en gemeend dirstie van den tweede gedaagde, den eijsscher en hem eerste gedaagde zelve mits hij eijsscher van zijn zijde ook aan dezelve boedel uijtkeert en betaale mitsgaders in handen en onder de concurrentie en gemeene directie als voren stelle de intresse van de voorschreeve sestien duijsend vier hondert guldens waar op t huijs op de oude zijds off Fluweelen Burgwal voorme;t op[ de laatste balance voor het overlijden van de voornoemde Heer Dirk Syteenhoff is bevonden te boek te staan gereekent tegens vier percent van t jaar zedert den 20 april 1761 tot de dadelijke uijtkering toe.

Dat staande dezelve procedures de voornoemde Heer Fredrik Steehoff meede deser wereld is komen te overlijden hebbende bij zijne testamente voormeld tot zijn eenige erffgename gesteld de comparante juffrouw Dirkje van Loon en tot executeurs en excutrice Dheeren comparanten Hermanus de Melander en Marten Kooy mitsgaders de voornoemde juffrouw Dirkje van Loon welke den boedel van deszelve heer Fredrik Steenhoff hebben aanvaart onder beneficie van inventaris. Dat vervolgens zij Heeren en juffrouw executeurs en excutrice van den testamente van dezelve Fredrik Steenhoff de reekeningen en verantwoording van de directie en administratie mitsgaders ontvan en uijtgave door dezelve overledene Heer Fredrik Steenhoff in voorschreeve qualiteijt als gemagtigde gehouden verder hebben doen opmaken en voltoijen bedragende dezelve en ontfangst bestaande rooien contanten in den boedel van wijle Dheer Dirk steenhoff bevonden als de penningen geprovenieert van de verkogte meubilen en inboedel mitsgaders negocie goederen zoo wel bij t afsterven van hem heer Dirk Steenhoff in deszelfs boedel bevonden, als welke volgens begeerte van den overledene na zijn dood zijn affgewerkt. De verkogte materiale de uijtstaande en ontfangene schulden en verdere pretensien breder bij dito reekening die geschreeven op een zegel van vier en twintig en een van agtien guldens aan de minute deses is geannexeert gemelt een somma van vijff en seventig duijsend twee hondert negen en negentig guldens dus----? 75299.--.--
En in uijtgaven waaronder ook meede de penningen welke op wisselbrieven
betaald zijn voor den aankoop van vijfftien hondert ponden actien in het
samen gevoegde fonds van drie percents geconsolideerde bank annuiteiten
een somma van seven en veertig duijsent ses hondert ses en twintig guldens
twaalff stuijvers dus" 47626.12.--
En saldeerende dus met seven en twintig duijsent ses hondert twee en
seventig guldens agt stuijvers dus----------------
? 27672.08.-
==========
Welke reekening nadat die door de comparanten was geexamineert en tegens de boeken, quitantien, brieven, chartres en papieren tot justificatie van de posten daar bij gemelt dienende geconfronteert en nagezien en allezints accoord bevonden , de comparanten zoo in priv als derzelve hiervoren gemelde qualiteiten, verklaren te appobeeren en van volle waarden te houden bij deese.
En de comparanten als nu geneegen zijnde te tredentot schifting, scheijding en verdeeling van den boedel en nalatenschap van de voornoemde overledene Dheer Dirk Steenhoff zoo waren de comparanten ter consideratie dat wel door de comparant Dheer Mulier en deszelfs huijsvrouw voorschreeve huijs op de Fluweelen Burgwal sedert het passeeren der voormelde acte van keuse was bewoont, maar daartegens ook de reparatien, melioratien en verpondingen door hem heer Mulier betaald en dus door hun en t selve huijs als haar eijgendom gehorende perceel gegeconsidereert waartegens dan ook den overledene heer Fredrik Steenhoff als voor eenige jaren volgens de voorschreeve reekening aansienlijke sommen voor den boedel van gemelde sijne overleden vader heeft ontvangen en onder zig behouden gelijk ook dat voor reekening van de
(vervolg zie Begrafenis)
comparanten Isaak en Johanna Sara Steenhoff vijfftien Hondert Ponden actien in het samen gevoegde fonds van drie percents geconsolideerde bank annuiteiten wren aangekogt, waarvan de jaarlijkse dividenten sedert het beleggen tegoede zijn met den anderen ter vermijding van alle verdere proceduren en oneenigheeden en exeessive kosten daarop te vallen onderling overeengekomen en verdragen namentlijk.

Dat van ende ten behoeve de comparant Dheer Pieter mulier en derzelver gemelde vijff kinderen zal werden toegevoegt en in eijgendom aanbeveelt t voorschreeve huijs en erve op de Fluweele of Oudezijds Voorburgwal t geen hij heer Pieter Mulier en deszelfs voorschreeve huijsvrouw bij acte als boven den 29 november 1760 ingevolge de aan hem testamente van gedagte overledene heer Dirk Steenhoff gelatene keuse hadden gedeclareert ten prijse zoo als t zelve bij de laatste balance voor het affsterven van dezelve heer Dirk Steenhoff was te boek gesteld en dus tot de somma van sestien duijsent vier hondert guldens zal werden toegevoegt en aanbeveelt gelijk ook aan dezelve zal werden toegescheijden t gunt hij heer Mulier wegens gekogte boekenen meubilaire goederen uijt de boedel van voornoemde Heer Drk Steenhoff gekogt en volgens voorschreeve reekening van den affslager minder ontfangen is en dat de veertigste penning van t geen t zelve perceel meerder dan t aandeel van hem heer Pieter Mulierconsten: bedraagt te selve voor eene helfte door de gesamentlijke erffgenamen van hem heer Dirk Steenhoff of uijt derzelver nalatenschap en voor de wederhelft door hem Heer Mulier en consorten za; gedragen en betaald werden.
Dat voorts aan de comparanten ter tweede zijde of wel ten behoeve van den onder beneficie van inventaris aanvaarden boedel van de heer Frdrik Steenhoff het saldo der voorschreeve reekening ter somma van seven en twintig duijsent ses hondert twee en tseventig guldens en agt stuijvers alsmeede tgeen dezelve overledene wegens gekogte meubilen en boeken verschuldigt is zal werden toegevoegt.
Gelijk ook dat aan de comparanten Heer Isaak Steenhoff zal werden toegescheijden.
Eerstelijk tgeene dezelve heeft genooten voor de helft in een wisselbrieff van John Wood ten lasten Abraham ter Borch groot twwe en twintig hondert en negen en veertig guldens, item de helft in de voorschreeve partij engelse bank annuiteiten met de dividenten op dezelve te goede tot de prijs waar voor die zijn ingekogt en dus de som van vijff duijsent drie hondert dertig guldens elff stuijvers vier penningen: Twee obligatien op de Generaliteit tot Capitaal, Item dnteressen opdelve tegoede en t resteerende in contanten.
En eijndelijk dat aan de comparant Dheer Jacob mackaij junior in huwelijk hebbende juffrouw Johanna Sara Steenhoff off wel aan de zelve zal werden toegevoegt t gunt dezelve genoten heeft voor de wederhelft in de voorschreev wisselbrief van John Wood ten lasten Abraham ter Borch, Item t geen voor dezelve voor seventien vaatjes coffij door Schoning en Mackaij gekogt is betaald zijnde Agt hondert seven en twintig guldens se stuijvers een derde in een obligatie op Vriesland groot vijff hondert guldens met derzelve te goede intressen.
De wederhelft in de voorschreve Engelse Bank annuiteiten met de dividenten daar op te goede tot in de koopsprijs en dus de somma van vijff duijsent drie hondert dertig guldens elf stuijvers en t overige in contanten zonder dat eenige verdere betaling off vergoedding van huuren off intressen tusschen de gesamentlijke erffgenamen van welgemelde heer Dirk Steenhoff plaats zal hebben off berekent zullen werden.
Zullende de comparanten van nu treden tot de verdeeling des voorschreevene
boedels zoo wert ingevolge den inventaris daar van als boven gemaakt alhier
gebragt den korten staat De meubilen huijsraat en inboedel bij den inventaris
specificq gemelt zijn door de makelaars Jacob Posthumus en Casper Raket
publicq verkogt en is derzelver zuijver provenu bij voorschreeve reekening
verantwoord. De negoci en goederen fabricq en derzelver toebehoren zijn
alsmeede publicq of uijt de hand verkogt en t provenius als voen goed gedaan.
De kontant in de boedel bevonden alsmeede de uijtstaande schulden voor
zooverre die zijn ingekomen, verder alsmeede bij voorschreeven reekening
.verantwoord
Een huijs en erve staande ende gelegen binnen dese stadt op de
Oudezijds voor off Fluwelenburgwal tusschen de Hoogstraat en Stoofsteeg
daar tCasteel Riddag in de gevel staat en de trompet uijthangt als boven tot ? 16400.-.-
Alle de schilderijen door g. De la Resse geschildert en benevens t vloertapijt in de binnen kamer als meede alle de behangsels en gordijnen met de roede soo voor de bedsteeden als voor de glazen off venster hangende in t voorschreeve huijs zijn aanhem heer Mulier off wel desselfs nu overledene
huijsvrouw als boven geprelegateert en ook bij dezelve aanstonds na hunne
genomen.
De zilveren teeketel en comvoir in den boedel van gemelde heer Dirk Steenhoff
zijn bevonden en wezende een pillengift van des overledens zoon Dheer Isaac
Steenhoff is aanzijn edele bereids bij t leven van Dheer Fredrik Steenhoff aff en overgegeven. Hier op sigte van de een hondert ses en darttig guldens dertien stuijvers die volgens den inventaris van de spaarpot van de gemelde Isaac Steenhoff in de boedel van de voornoemde Heer Dirk Steenhoff is bevonden dient tot bij de boeken van dezelve overledene Dirk Steenhoff voor de spaarpot ten faveure van Isaac Steenhoff gebragt wert twee hondert guldens die gevolglijk als een last hier na zal werden affgetrocken.
Werdende de goude en zilveren muntstukken tot dezelve spaarpot behorende
aan hem Heer Steenhoff bij tekenen deses overgegeven. Gelijk zulkx ook plaats heeft ten respecte van de een hondert agtien guldens dartien stuijvers behorende tot de spaarpot van juffrouw comparante Johanna Sara Steenhoff waar voormeede bij den boeken als boven gebragt is twee hondert guldens sijnde de gouden penningen en zilveren ducaten bereids bij de zelve ontfangen. De gedrukte boeken in den boedel bevonden dezelve zijn publicq verkogt en wert het suijver provenu van dien bij reekening als boven goed gedaan. Het saldo der voorschreeven reekening van ontfangsten & uijtgaven door Dheeren executeurs en juffrouw executrice van het testament van Dheer Fredrik Steenhoff gedaan opmaken en hier boven breeder gemelt bedragende? 27692.8.- Twee klijne prijs obligatien uijt de generaliteits loterij van de wederhelft van ses millioenen geangmenteert met nog drie millioenen en sulx ter somma van ses millioenen guldens sijder groot twee hondert guldens ten name van Hendrik Roos dato 1 januarij 1713 geaggt.10 november 1713 Deene regter folio 900 no 279 No 279 reg.folio 81 Een den ander reg folio 1183 no 361 No 361 regt folio 174 versouen gerekent tot capitale dus ? 400.-.-
Elff jaren intressen op de dezelve te goede van 1 januarij 1759 a
3 percent" 152.-.-
-----------" 552.-.-
T gunt desen boedel competeert van Dheer comparant Jacob Mackay junior
voor 17 vaten coffij gekogt voor Schoning en Mackay" 827.6.-
Een vierde part in een obligatie ten lasten de provincie van Vriesland staande
ten namem van Fredrik Noordhoorn met No 7693 gedateert den 1 maart 1730
groot in capitaal vijff hondert guldens dus part? 72.10.-
Negen jaar intrest zedert december 1760 tot anno 1769 te goede" 22.10.-
----------" 95.-.-
In bank deeser steede? 56.9.8
Agio 4 percent" 2.9.8
---------" 58.19.-
T gunt de boedel competeert van Dheer Pieter Mulier voor boeken uijt de
nagelaten bibliotheeq van den overledene Dirk Steenhof gekogt en ingevolge
de voorgemelde reekening van ontfangsten en uijtgaven door dxecuteurs
minder ontfangen" 79.14.-
Van den zelven voorbij zijnde gekogten meubilen uijt den inboedel van gemelde overledene in de door dexecuteurs in voege voormelt minder ontfangen" 592.14.8
Tgeen den overledene Fredrik Steenhoff aan de boedel Dirk Steenhoff
verschuldigt is voor gekogten boeken in voege als voren" 83.6.-
Hem wegens gekogte meubilaire goederen uijt dezelve boedel van Dirk
Steenhoff" 1830.2.-
Van heeren Isaac Steenhoff en Jacob Mackay junior voor tgeen dezelve
schuldig zijn voor een wisselbrieff van Joh. Wood door haar edele geincassert
van Abraham ter Borch" 2249.-.-
Vijfftien hondert ponden actien in t samen gevoegde fonds van drie percent
geconsolideerde bank annuiteiten van Engeland staande op de namen van
Dheeren Benedictus Steenhoff, Pieter Mulier en Fredrik Steenhoff met de te
goede dividenten tot de prijs zoo als dezelven als boven zijn ingekogt dus tot" 10661.2.8
Waarvan wederom moet affgaan: Aan Dheer comparant Isaac Steenhoff voor zijn spaarpot als boven ? 200.-.-
Aan de juffrouw comparante Johanna Sara Steenhoff per saldo" 200.-.-
Tgeen den overledene bij zijne voorschreeve testamente van zijn
twee jongste kinderen voor alle deeling zijner nalatenschap heeft
besproken zijnde voor ijder vijff en twintig hondert guldens dus voor
heer comparant Isaac Steenhoff" 2500.-.-
En voor juffrouw comparante Johanna Sara Steenhoff" 2500.-.-
Aan den advocaat vanGroin" 28.4.-
Den procureur Stapel en derzelver clercq" 16.14.-
De boekhouder Schoonweer" 250.-.-
De makelaar en boekhouder de Lover voor moeijten" 200.-.-
Tgeen gemeen blijft zoo ter betaling van de 40e Penningen wegens
t geen omtrent het meerder aandeel van de comparant Pieter Mulier
dan t beloop van t huijs hem hierna werdende toegevoegt moet
werden betaald als van de rekening van salaris & verschot van mij
notaris onkosten nader bij onderhandse rekening te verantwoorden" 776.14.-
-------------" 6701.12.-
-------------
? 54400.-.-
In welk voorschreeve saldo van vier en vijfftig duijsent vier hondert guldens gehorende de comparanten als volgt : De comparant Pieter Mulier zoo voor hem in zijn prive mitsgaders als vader en voogd over zijne voornoemde vijff kinderen een vierde part? 13600.-.-
De comparanten ter tweede zijde Dexecuteurs en executrice van het testament
van wijlen Dheer Fredrik Steenhoff insgelijk een vierde part" 13600.-.-
De comparant Dheer Isaac Steenhoff meede voor een vierde? 13600.-.-
Voor derzelver spaarpot als boven" 200.-.-
En voor prelegaat" 2500.-.-
--------------" 16300.-.-
De comparante juffrouw Johanna Sara Steenhoff insgelijks voor
erffenis spaarpot en prelegaat evenals Dheer Isaac Steenhoff " 16300.-.-
========
Komende dan tot de aanveeling soo wett aan Dheer comparant Pieter Mulier als met en beneevens de vijff kinderen door zijn edele bij deszelfe huijsvrouw

Magtilde Steenhoff verwekt genaamt Dirk, Pieter, Maria Magtilda en Fredrik Mulier geinstitueerde erffgenamen van dezelve zijn e huijsvrouw met wien zijne buijten gemeenschap van aan te ervene goederen is gehuwd geweest mitsgaders nog als bij t testament van dezelve zijn huijsvrouw aangestelde voogd over zijn voornoemde vijff kinderen en dus ten behoeve van zijne en dezelve zijne kinderen ijder voor een sesden part ter voldoening van de voorschreeve dertien duijsent ses hondert guldens ingevolge t vorenstaande geconvenieerde toegevoegt en in volle en vrijen eigendom aanbeveelt.
Een huijs en erve staande ende geleegen binnen deze sradt op de Oude zijds voor off Fluweelen Burgwal tusschen de Hoogstraat en Stoofsteeg daat t Casteel Riddag in de gevel staat en de trompet uijthangt thans bij hem Heer Mulier werdende bewoont als boven tot? 16400.-.-
Tgeen zijne de als boven verschuldigt is wegens door hem gekogte boeken uijt
den boedel van de voornoemde Heer Dirk Steenhoff" 79.14.-
Idem voor gekogte meubilen als boven" 529.14.8
----------------
? 17072.8.8
Keert uijt als te veel aanbeveelt" 3472.8.8
------------
Blijfft zijn erffportie als boven ? 13600.-.-
=========
Wijdens wert aan de comparanten ter tweede zijde Dheeren Hermanus Melander van Marten Kooy en juffrouw Dirkje van Loon meerderjarig en ongehuwd, als bij testamente door wijlen Dheer Fredrik Steenhoff gepassert, aangestelde executeurs en executrice van het zelve welke boedel van hem heer Fredrik Steenhoff is aanvaart onder de benefice van inventaris, en dus ten behoeve van derzelve boedel van hem Fredrik Steenhoff meede in voldoening als voren toegevoegt ende aanbeveelt tgeene volgt.
Eerstelijk t gunt per slot saldo van reekening als in den hooffde deeses den boedel van Dheer Dirk Steenhoff is competeerende ten belope van seven en twintig duijsent ses hondert twee en seventig guldens agt stuijvers dus? 27672.8.-
"T geene dezelve boedel van Fredrik Steenhoff aan den boedel van Dirk
Steenhoff voor gekogte boeken als boven verschuldigt is" 83.6.-
Item voor gekogte meubilaire goederen als boven" 1830.2.-
---------------
? 29585.16.-

Dus keeren hunne meede uijt als teveel" 15985.16.-
------------
Blijft derzelve erffportie? 13600.-.-
========
Voorts wert aan de derde comparant Dheer Isaac Steenhoff in voldoening zoo van derzelve erffportie als spaarpot en prelegaat toegevoegt en aanbeveelt in vrijen en Libre eijgendom te geene volgt:
Twee klijne prijs obligatien uijt de generaliteits loterij van de wederhelft van de ses millioenen geaugmenteert met nog drie millioenen en sulkx ter somma van ses millioenen guldens ijder groot twee hondert guldens ten name van Hendrik Roos dato 1 januarij 1713 geaggt 10 november 1713
Deenen reg folio 900 no 279, No 279 reg folio 81
En de ander Reg folio 1183 No 361, No 361 reg folio 174 so als boven
met intrest te samen tot? 552.-.-
Tgeen zijn edele genoten heeft voor de helft in een wisselbrieff van Joh. Wood
tenlasten van Abraham ter Borch" 1124.10.-
De helft in vijfftien hondert pond en actien in tsamen gevoegde fonds van
drie perscents geconsolideerde Bankannuiteiten in Engeland staande op de
namen van Dheeren Benedictus Steenhoff, Pieter Mulier en Fredrik Steenhoff
met te goede dividenten als voren tot tien duijsent ses hondert een en sestig guldens
twee stuijvers & 8 penningen in t geheel dus de helft" 5330.11.-
Aan contanten die door Dheer eerste comparant als boven werden uijtgekeert" 3472.8.-
Aan item welke door dw