WILHELMUS (WILLEM) STEENHOFF
pastoor
(G)


Willem  werd op 16 september 1816 te Utrecht geboren als tweede zoon in het katholieke gezin van de smid-wagenmaker Jan Steenhoff en Maria van Gruythuizen. (over dit echtpaar meer in genealogie -kort-)

Rome
Na in Utrecht enige tijd aan het stadsgymnasium te hebben gestudeerd, wilde hij in 1833 priester worden. 
Echter in die tijd waren er maar weinig goede opleidingen (seminaries) en al helemaal niet in de directe omgeving van Utrecht. Daartoe moest men eigenlijk naar het buitenland. En zo toog de toen zeventien jarige Willem eind 1833 naar Rome.
In die dagen was zo'n reis een hele onderneming want van 'even de trein nemen' was geen sprake. 
Men ging te voet, te paard, per schip (trekschuit), of met de (post-) koets.

Bij de familie in Utrecht diende zich een priester aan, althans iemand die zich als priester voordeed en die door Duitse bloedverwanten was aanbevolen. Deze 'priester' bood aan de jonge Willem naar Rome te begeleiden.
De gids bleek weinig betrouwbaar. Reeds ver van huis, liet deze 'geestelijke' de boel in de steek met medeneming van de bagage. Een Nederlandse consul bracht uitkomst en daardoor kon Willem zijn reis vervolgen.
In januari 1834 werd Willem als student ingeschreven aan het Urbanus college te Rome.
Hij was een goede, pientere leerling en slaagde voor verschillende vakken cum laude. 
Hij behaalde zijn doctorsgraad in de theologie.

terug in Holland
Op 19 maart 1842 werd hij te Rome tot priester gewijd en daarmee kwam aan zijn verblijf in de Eeuwige Stad een einde. Al die tijd, bijna negen jaar, was hij niet terug geweest in Nederland want daarvoor was de afstand te groot en de reis te duur.
De overgang van het zonnige Rome naar het vochtige kille Holland deed zijn zwakke gezondheid geen goed.
Bij zijn terugkomst in ons land in juni 1842 werd hij, na eerst drie maanden Assistent bij de Aartspriester Gijsbertus Vermeulen in Amersfoort te zijn geweest, op 26 jarige leeftijd benoemd tot professor in de dogmatiek aan het Groot Seminarie te Warmond.

Warmond
In Warmond gaf hij oa les aan zijn jongere broer Jan. Deze werd in 1850 te Warmond tot priester gewijd.
(website over het seminarie )
Tijdens zijn professoraat in Warmond was Willem in goed gezelschap van andere hoog opgeleide intelligentsia, zoals de latere eerste bisschop Van Haarlem, Mgr. F.J. van Vree. 
Willem werd o.a. redacteur en medeoprichter van het tijdschrift 'De Katholiek' en het katholiek dagblad 
'De Tijd'. Beide bladen hadden tot doel de toen nog angstige katholieken uit de schuilkerken-periode bewuster te maken van hun volledig geaccepteerde positie in de maatschappij.

Ofschoon een erudiet hoogleraar, trok de zielzorg in de parochie hem meer. 
Na zeven jaar Warmond vroeg hij om gezondheidsredenen ontslag. Dat werd hem twee jaar later, in 1851, verleend. 
............................................................... 
Soest
Willem werd benoemd tot pastoor in Soest.
Daar zou hij 29 jaar lang tot aan zijn dood met grote werklust en ijver tot tevredenheid van het katholieke volksdeel zijn parochie bestieren.

Soest had een uitgebreid grondgebied met een hoofdzakelijk boerenbevolking. 
De ligging aan de verbindingsweg Amsterdam-Naarden-Amersfoort en met de rivier de Eem zeer nabij, zorgde uiteraard wel voor wat handel, maar met uitzondering van wat ambachtslieden leefde men er van wat de grond opbracht. Bepaald geen rijk bestaan. We kunnen rustig stellen dat, op de zelfstandige boeren na, het grootste deel van de bevolking nauwelijks het hoofd boven water kon houden.

roomse bevolking
De van oudsher 'roomsche' bevolking hield zich ook tijdens de Hervorming, ondanks de verdrukking, traditiegetrouw aan de aloude roomse gebruiken. Aanvankelijk gaf dat helemaal niet zoveel problemen want de katholieken vormden veruit de meerderheid. De oude katholieke kerk was, bij de invoering van de nieuwe staatsgodsdienst in de Kerstnacht van 1580, aan het handjevol hervormingsgezinden dat Soest rijk was, toegewezen. Al vanaf het begin maakten de katholieken gewoon gebruik van hun vertrouwde Petrus en Pauluskerk.
De tolerantie aan beide zijden was enorm groot. De hervormingsgezinden hoopten dat de katholieken zich wel stilaan bij hen zouden aansluiten, en omgekeerd zullen de 'roomsen' wel gedacht hebben dat de hervomden weer spoedig zouden terugkeren naar het oude vertrouwde geloof. De Staten verboden echter de katholieke eredienst en naarmate de tijd voortschreed werden de normen aangescherpt en moest het katholieke volksdeel zijn heil ergens anders zoeken zoals in schuilkerken, bediend door rondtrekkende priesters.
In 1692 kreeg Soest weer een eigen pastoor. 
Een boerderij diende tot noodkerk. Het zou nog tot 1798 duren voor er pas officieel godsdienstvrijheid kwam.

de eerste jaren als pastoor
Toen de jonge pastoor Willem Steenhoff in september 1851 zijn ambt aanvaardde, trof hij in Soest een veel te kleine, bouwvallige schuurkerk aan waarvan het de moeite niet meer loonde die nog op te knappen.
Gesteund door zijn omvangrijke relatiekring begon hij direct enthousiast met de voorbereidende werkzaamheden tot het bouwen van een nieuwe kerk, geheel naar zijn Romeinse smaak en inzicht. 
Hij liet de oude boerderijkerk die zo lang als noodkerk had gediend, afbreken.

de nieuwe kerk
De offervaardigheid van zijn parochianen bleek enorm groot. 
Uit zijn aantekeningen:

"... Na alzo het kerkbestuur te hebben geraadpleegd en in overleg te zijn getreden met de aartspriester J. Hartman, hield ik zes weken na de aanvaarding van de pastorale bediening twee maal een toespraak tot de gelovigen, om hen aan te sporen tot 't bijdragen voor de bouw van een nieuwe kerk. Ik slaagde boven mijn en de algemene verwachting. De vrijwillige offers gingen de som van dertig duizend gulden ver te boven.
Ruim twee maanden daarna kon het kerkbestuur tot de aanbesteding overgaan, hetgeen geschiedde ten huize van G. Schimmel op Soestdijk. Aannemer werd Van Berkum te Utrecht voor de som van f 47.300,-.
De werkzaamheden namen onmiddellijk een aanvang en in september van het volgend jaar (1853) waren kerk en parochie voltooid.
Inmiddels hadden Pieter van Roomen en zijn huisvrouiw Antje van Logtenstijn de grote en Gijsbert Bouter de kleine klok ten geschenke gegeven. De communiebank gaf Willem Wantenaar; het uurwerk Margaretha van Hofslot met Antje van Stoutenburg, die bovendien bij testamentaire beschikking een van de kleine altaren, dat van de H.Maagd, schonk.
Onder de nog later bijgekomen geschenken verdient ook een bijzondere vermelding de kruisweg, benevens het beeld van de 'Eeuwige Vader' boven het hoogaltaar, van Petronella Logtenstijn, en het kostbaar levieten-stel (liturgische gewaden) van Pieter Hilhorst.  

De altaren werden vervaardigd uit de bijdragen ingezameld door mijn broer J. Steenhoff - kapelaan van deze parochie van sept. 1953 - sept. 1856, alsmede de preekstoel, waarvoor eerwaarde Heer H.A. Piek - kapelaan van deze parochie sedert juli 1857 - de benodigde gelden had gecollecteerd. Van de weduwe C. Kok zijn de beelden (staan nog steeds in de voorgevel) van Apostelen Petrus en Paulus en van den H.Joseph. ..."  

Een geweldige, prestatie waar de Soester parochianen met recht trots op konden zijn. Zeker als men bedenkt dat het aantal inwoners van Soest in die tijd nog geen 3000 bedroeg. Daarvan was bovendien een aantal niet katholiek en ook nog niet eens volwassen. 
Het is waarschijnlijk dat er ook financiële steun van buiten de parochie is gekomen. 
Pastoor Willem had een.
uitgebreide relatiekring en bovendien ook mee dat zijn beide voorgangers de bouw van een nieuwe kerk hadden laten zitten. Het is vreemd dat de pastoor in zijn aantekeningen daar helemaal niets over zegt en ook niets over de architect van zijn 'Romeinse' kerk,  terwijl hij wel de kroeg vermeldt waar de aanbesteding plaatsvond. 
We mogen aannemen dat het de aannemer-timmerman Theo Molkenboer moet zijn geweest. 
Professor Willem Steenhoff moet Molkenboer al gekend hebben uit zijn Warmondse periode, immers hij had daar ook de kapel gebouwd in het Groot Seminarie. 
Bovendien had Molkenboer zich als katholiek aannemer/architect al diverse malen bewezen oa met de drie kerken die hij in Leiden had gebouwd.  
....................................................                         ........

Helaas is er van deze heel bijzondere in neo-classicistische stijl gebouwde Petrus & Pauluskerk na de verbouwing in 1968/69 tot een nieuwe, moderne, multifunctionele gebedsruimte weinig karakteristieks overgebleven. Alleen de voorgevel met de toren is nog authentiek want die mocht van Monumentenzorg niet worden gesloopt.  
                                                                         

Ondertussen keerde pastoor Steenhoff (in 1854) nog eenmaal terug naar Rome om Mgr. Zwijssen, de eerste Aartsbisschop van Utrecht, als buitengewoon secretaris te vergezellen. Hij was natuurlijk goed bekend in Rome waar hij bijna negen jaar had gewoond en gewerkt, kende er veel binnen- en buitenlandse katholieke kopstukken en alle Romeinse gebruiken en bovendien sprak hij vlot zijn talen.

In1861 werd hij tot zijn grote vreugde benoemd tot erekamerheer van de Paus, waardoor hij de titel van Monseigneur mocht voeren. Een niet geringe beloning voor alles wat hij tot dan had gepresteerd.  

Willem bouwt verder
Na voltooiing van kerk en pastorie ging de enthousiaste bouwpastoor verder
In 1868 volgde het St.Josephgesticht
met annex een kleuter- en meisjesschool, waar de zusters van O.L.Vrouw uit Amersfoort letterlijk pro Deo, dus zonder enige geldelijke tegemoetkoming, de scepter zwaaiden
.......................................................................

(......................................................................................In het gesticht is thans Museum Oud Soest gevestigd
.................................................................................................................
Steenhoffstraat 46
....................................................................
met een grote verscheidenheid aan voorwerpen uit grootmoeders tijd en daarvoor)

Aan wat nu de Dalweg heet, kwam in 1871 de jongensschool St.Bonifacius, ontworpen door de later pas bekend geworden architect A. Tepe (dat is niet de school die er nu staat) 
en in 1876 werd het R.K. Kerkhof vernieuwd met het nu nog steeds bestaande fraaie poortgebouwtje.

de parochie floreert
De Soesters waren trots op wat zij samen met hun geleerde pastoor tot stand hadden gebracht en droegen hem op handen. Zoals dat elders ook wel gebeurde met sterke geestelijke leiders, dichtten zij hem de meest bovennatuurlijke gaven toe als bemiddelaar tussen God en de mensen. Daarover deden de wonderlijkste verhalen de ronde. Op zijn beurt hield pastoor Steenhoff van zijn parochianen en had een goed inzicht in hun karakters. Hij voelde zich nauw met hen verbonden. Hij had ware belangstelling voor alles wat hen bezighield en bestudeerde ook grondig de geschiedenis van Soest. Daar schijnt hij zelfs over te hebben geschreven.

schrijver
Tussen de bedrijven door zag hij kans de kerkgeschiedenis van ons land van 1842 tot 1862 te schrijven. 
Hij was van mening dat het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie voor de katholieke kerk van een belangrijkste perioden was.

 

 

 

 

aalmoezenier
Naast zijn werk als parochieherder was hij ook aalmoezenier van de r.k. militairen in het Kamp van Zeist te Soesterberg dat gedeeltelijk op het grondgebied van Soest lag.
In die functie ontmoette hij diverse keren Koning Willem III. Beminnelijk als hij kon zijn, hield hij voet bij stuk als het om geloofszaken ging. Bij hem kon niet gesjoemeld worden en daar schijnt koning Willem III toch respect voor te hebben gehad.

  

Willem overlijdt
Tot aan zijn dood op Tweede Kerkstdag 1880 is hij Soest trouw gebleven.
Een andere meer prestigieuze pastoorsplaats heeft hij nimmer geambieerd.
Daags voor Oudjaar werd hij onder grote belangstelling begraven op het, mede door zijn toedoen vernieuwde r.k. kerkhof.
 
Te zijner nagedachtenis plaatste men een monument op zijn graf. 
Hij lag daar in een praalbed levensgroot in steen uitgebeeld. Daaroverheen stond een soort glazen kapelletje met glas in lood raampjes in een stalen omlijsting gevat. Daaromheen een siersmeed hekwerk. 
Men heeft het in 1970 afgebroken en vervangen door een eenvoudige grafzerk.

Steenhoffstraat
In Soest werd een straat naar hem vernoemd....