KERKEN
RELIGIE TUSSEN NIJMEGEN EN KLEVE
 


Bij het zoeken van genealogische gegevens in het gebied rond en tussen Nijmegen en Kleef, speelt de religie een belangrijke rol. Doordat Katholieken door onderdrukking vaak elders kerkten dan waar men woonde, staan veel gebeurtenissen niet in eigen woonplaats opgetekend.
Ook is het mogelijk dat men zich door de onderdrukking genoodzaakt  zag te verhuizen.
Daarom in het hoofdstuk OOST-Nederland een apart gedeelte voor de religie;


in rood  Rooms-katholieke staties voor 1795

 

Reformatie

Hervorming
In 1500 was vrijwel iedereen lid van de katholieke kerk. Wat niet betekende dat iedereen tevreden was met die kerk. Er kwam opstand tegen de machtige positie van de kerk en de paus. Er was  kritiek op de levenswijze en onwetendheid van geestelijken en op de verkoop van aflaten (een bedenkelijk systeem waarbij afgevaardigden van de paus tegen betaling zonden vergaven), wat er op neer kwam dat wanneer je maar genoeg betaalde je zonden door de priesters werden vergeven.
De Reformatie ('hervorming') begon in feite met Maarten Luther (1517).

Een opkomend protestantisme was het gevolg. (Beeldenstorm, 1566 - plunderingen en verwoestingen van 
kerken en kloosters)
Wie de geschiedenis van de hervorming in de zuidelijke Nederlanden beschrijft, ziet een godsdienstige en ook een sociale oorzaak. Het voert te ver daar hier op in te gaan. Samengevat kun je zeggen dat er een totale opstand was tegen onderdrukking en wantoestand in de 16e eeuw

gevolgen voor de Katholieken
Na het begin van de reformatie in de Nederlanden werd de uitoefening van de Roomse godsdienst verboden. 
In het Staatse deel van ons gebied werden alleen trouwen voor en dopen door de Gereformeerde predikant erkend. In het Pruisische deel echter was godsdienstvrijheid. 
Het gevolg laat zich raden. 

gevolg voor het gebied rond en tussen Nijmegen en Kleef
Voor zover de bevolking tussen Rijn en IJssel onder Staats regiem stond, gedroeg zij zich noodgedwongen overeenkomstig 'de (gereformeerde) plakkaten'. 
Daarnaast echter trok zij naar de nabije Kleefse enclaves om een en ander nog eens op katholieke manier over te doen. Zo ontstond voor de katholieken een soort
dubbele boekhouding: één bij de predikant en één bij de een of andere pastoor. 
In het deel Overbetuwe  lagen ondermeer de steden Huissen (Huyssen), Lijmers en de heerlijkheid Hulhuysen. Deze plaatsen behoorden niet tot de Republiek doch bij het hertogdom Cleef, waar de katholieke godsdienst vrij kon worden uitgeoefend. (Deze plaatsen kwamen pas in 1816 bij het nieuw opgerichte koninkrijk der Nederlanden.) Aldus bleef dit deel goeddeels katholiek.

Talloos zijn de voorbeelden van de armetierige situatie waarin de Gelderse Katholieken zich moesten behelpen. Overal in de meerderheid, maar zonder kerk ... Missen werden gehouden in schuurkerkjes, zelf in het open veld als het moest. Soms zat men met 300 Katholieken in een gehuurd huisje, terwijl voor de drie Gereformeerden twee kerken open stonden.

 

Gereformeerde huwelijken voor de burgemeester van Nijmegen
Voor de meeste niet-gereformeerden was het een noodzaak in de gereformeerde kerk te trouwen. 
Zij hadden te kiezen uit drie mogelijkheden: 
of zich laten afkondigen in de gereformeerde kerk, 
of van het stadhuis, 
of zich tijdelijk vestigen buiten het Staatse gebied zoals bijvoorbeeld te Huissen of Kleef, waar men dan kon huwen. Dit laatste echter bracht moeilijkheden mee van financiële aard, maar ook het huwen voor burgemeesters was in het geheel niet kosteloos.
Voor de minder draagkrachtigen was het dus meer noodzaak dan voorkeur te huwen voor de predikant. 
Men zal daarom vele niet-gereformeerden -merendeels katholieken - toch aantreffen in de registers van de gereformeerde gemeente. 
De katholieken behoorden tot de minst draagkrachtigen van de stad op enige bekende geslachten na.

'de strepen'
Voor een kerkelijk huwelijk waren 'de drie proclamaties' voorgeschreven, ook wel 'de drie roepen'. 
In de boeken werd het huwelijk aldus 'genoteerd': drie staande strepen (voor de ondertrouw) en één dwars daardoorheen, als een dak (het huwelijk).
Meestal werd alleen de ondertrouw, dus de huwelijksproclamatie, van katholieken in de gereformeerde registers ingeschreven. Het huwelijk vond vaak plaats in een van de katholieke (schuil-)kerken van de stad, hoewel de ondertrouwinschrijving van de predikant melding maakt van een huwelijk elders. 

missiegebied
Na de Tachtigjarige Oorlog (>1648) werd het Land van Maas en Waal steeds meer een missiegebied:
Parochies kwamen zonder pastoors te zitten en kerken werden bestemd voor de hervormde eredienst. 
Hier en daar werden wel enkele schuilkerken ingericht (al of niet op kastelen), en missionarissen trokken - vaak vermomd rond
om de sacramenten te bedienen. 
Ondanks
de grootte van het gebied was het dekenaat niet te groot, omdat het aantal posten (staties) betrekkelijk klein was.
De Kleefse enclave werd door katholieke missionarissen gebruikt als operatiebases voor het Staatse gebied.

Na de oorlog van 1672-1673 veranderde geleidelijk aan de situatie. 
Uit het feit dat de katholieke registers van sommige parochies vanaf 1672 regelmatig gingen lopen, valt af te leiden dat het klimaat voor de roomse religie leefbaar begon te worden. Eind 17e, begin 18e eeuw verschijnen er in diverse dorpen 'schuurkerken'.
Wel is het zo, dat de oudste Katholieke registers in dit gebied nog erg onvolledig:zijn. 
Er blijft grote onzekerheid voor de Katholieken.

tweedeling
Deze toestand bleef voortduren tot aan de komst van de Fransen in 1794. 
Onder het motto
'Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap' namen de katholieken in Maas en Waal de oude kerken weer in bezit en werden de parochies heropgericht.
Hierdoor werd het gehele gebied plotseling
weer wél te groot om vanuit Nijmegen bestuurd te worden. 
Daarom werd in 1804 het dekenaat Nijmegen in
tweeën gedeeld. 
Uit het decreet blijkt, dat
dit gebeurde volgens de grens Rijk van Nijmegen - Ambt  tussen Maas en Waal, echter met enkele kleine afwijkingen van de verdeling.
Bij het nagaan van de DTB-registers moeten we wel bedenken dat deze omwenteling niet in één dag plaats vond. 
Zeker tot 1811 blijft de woonplaats mogelijk een andere dan de opgegeven geboorteplaats (doop-).

Interessant is de afsluiting van het doop- en trouwboek van Huissen in het jaar 1816.
'Hier is mij weder opgezegt van volgens de burgerlijke Wetten te trouwen. Door het Gouvenement van Holland. Daar wij om dezen tijd weer aan De Nederlanden door zijne Majesteit den Koning Pruysschen zijn  afgestaan; dit is nu de negende keer sedert het begin van 1795 dat wij van Lansheer veranderd zijn. 
Huissen den 16 Juny 1816 Getekend H.. Huberts pastoor '


 

Kerken buiten de eigen woonplaats

Bekijken wij vervolgens wat de gevolgen van deze administratie zijn voor de genealogie voor elk dorp waar Steenhof(f) gewoond of gekerkt kan hebben.

 

Wyler (Dld)
In het Duitse Wyler zijn veel kerkelijke inschrijvingen van personen uit Nijmegen of dorpjes bij Nijmegen.

Erlecom
Bewoners van het buurschap Erlecom kerkten ten dele in de parochie te Leuth en ten dele te Kekerdom.

Millingen
De inwoners van Millingen kerkten ten dele te Kekerdom en ten dele te Bimmen.

Leuth
Van de Rooms-Katholieke St. Remigius parochie te Leuth zijn de volgende kerkregisters bewaard gebleven:

Lijmers
Behoorde niet bij de Republiek. Er werd normaal gekerkt.

Bemmel
De inwoners kerkten in Huissen.
De laatste pastoor van Bemmel overleed in 1589. Waarschijnlijk had hij geen opvolger.
Wel kwamen er nog kerkmeesters, die ondermeer zorgden voor herstel van de kerk.
Het eerste kerkeboek van de gereformeerde gemeente Bemmel begint in 1623.
Er was in Bemmel een (zeer oude, 13e eeuwse) hervormde kerk.
De katholieken hadden het in deze regio bijzonder moeilijk. Het werd ze van alle kanten op de huid gezeten. Altijd hebben de betreffende pastoors en kapelaans moeten strijden en stribbelen.
In 1795 marcheerden de Franse 'revolutie-mannen' door de Betuwe. Ze gaven de omliggende dorpen de 'vrijheid, gelijkheid en broederschap', wat al datzelfde jaar resulteerde in een eigen katholieke kerk voor Bemmel. Weliswaar een miezerig schuurkerkje, maar dat was maar tijdelijk.
In 1802 werd Bemmel een zelfstandige statie en kreeg het een pastoor.

Gendt
De katholieken bleven na de Reformatie in 1600 altijd wonen in Gendt en 'kerkten' vanaf toen in Hulhuizen.
Het protestantisme had in Gendt had weinig succes.
Nog tot 1844 bleven de katholieken (90% van de bevolking) naar het bouwvallige en veel te kleine kerkje van Hulhuizen gaan.

Huissen
Kerkelijk behoorde Huissen sinds de 13e eeuw onder het bisdom Utrecht. Pas na 1808 werd het gevoegd bij het aartspriesterschap van Gelderland. Waarschijnlijk stond er in de 12e eeuw al een katholieke kerk in Huissen, toegewijd aan de H. Maagd.
De kapelanij/'hulpparochie' was hoofdzakelijk bestemd voor de zielzorg buiten de stad Huissen.
Huissen behoorde niet bij de Republiek doch bij het hertogdom Cleef, waar de katholieke godsdienst vrij kon worden uitgeoefend. Daarom vinden we regelmatig als inschrijving 'Vicarie Huissen'.
De Nederlandse overheid had niets te zeggen over Huissen. De katholieke godsdienst kon er vrij worden uitgeoefend en er is ook altijd een priester in Huissen geweest. Hieraan is het zeker ook toe te schrijven dat Huissen altijd een veilige verblijfplaats is geweest voor hen die omwille van het geloof werden vervolgd.
Een vicarie was een 'vrome stichting' die gedurende de late Middeleeuwen werd opgericht, met als doelstelling een priester voldoende inkomen te verschaffen om op vaste, geregelde tijden missen voor het zielenheil op te dragen.Eenvoudiger gezegd, een combinatie van altaar en priester betaald uit pachtopbrengsten.
In de kerk te Huissen waren verschillende vicarieën. Ik tel er zes, opgericht in de 14e, 15e en 16e eeuw. Wanneer wij in de Steenhof(f)-dokumenten het 'Vicarie Huissen' tegenkomen, wordt daar de Stadskapelanij mee bedoeld. Deze is voortgekomen uit een samenvoeging van drie vicarieën en heette gewoonlijk Vicarie Huissen.


voormalig Vicariehuis (later notariswoning)
totaal verwoest in 1944

De vicarie had al in 1658 een eigen huis. Tijdens en ook na (!) de hervorming voorzag de pastoor van Huissen voor een groot deel in de geestelijke behoeften van de naaste omgeving. Voor ons wel belangrijk is het feit, dat in 1686 Bemmel, Angeren en Elden officieel werden bediend en bedeeld bij de 'Vicarie Huissen'. Dit heeft geduurd tot 1880.

In het dorp Huissen zelf was geen kerk en de mensen gingen in een van de vicarieën Huissen en Hulhuizen naar de kerk. Als overblijfsel van deze 'kerkegang' zijn er nog de 'sporen' van de kerkpaden, zoals het pad over de heuvel, of namen van huizen die ooit café's langs zo'n pad waren. (De leste Stuver, de Vliegaan).

Hulhuizen
Ook Hulhuizen speelde na de Reformatie vooral een rol doordat het tot Kleefs grondgebied behoorde.
Hier kon en werd door de katholieken uit bijvoorbeeld Gendt en Doornenburg worden gekerkt.
De katholieken van Bemmel, Pannerden en Angeren konden ook kerken in (heerlijkheid Hulhuysen) Hulhuizen.
Al in de 13e eeuw moet er een kapel in Hulhuizen hebben gestaan.
Deze groeide uit tot de parochiekerk.
In de 17e eeuw werden kapel en het burcht van Hulhuizen door de Waal verwoest.
Er werd een nieuwe kerk gebouwd die nogal bouwvallig bleek. 
In 1844 werd de zaak afgebroken.
Sindsdien hoorde de parochie Hulhuizen onder Gendt.
In 1845 werd vervolgens de Martinuskapel gebouwd.
De jaarlijkse (eeuwenoude) sacramentsprocessie bleef ook na 1844 traditie.


St. Martinuskapel
1845-1966)


  VICARIE   HERKOMST
Kerkelijke gebeurtenissen in Huissen kunnen wijzen op herkomst uit Bemmel
Angeren
Elden
Pannerden
  Hulhuizen   Gendt
Doornenburg
Bemmel
Pannerden
Angeren
  Wyler (Dld)   hele gebied
  Zyfflich (Dld)   Leuth (Dld)
Kranenborg (Dld)
  Leuth   Erlecom
Ubbergen
  Kekerdom   Erlecom
Millingen
Ubbergen
  Bimmen   Millingen
  Lijmers   hele gebied

 .