topografie en geschiedenis
Groningen en Drenthe


 


Termunten

Menterne
Menterne, Mente / Munte had oorspronkelijk dezelfde betekenis als Ae en Ee (stroom of rivier).
Later krijgt het meer de betekenis van de naam ván of voor een rivier.
De "h" werd in het Oudfries niet uitgesproken maar stond wel in het woord "erna" (herne).
Oorspronkelijk kan het dus om "Menteherne" gegaan zijn, dat als Muntehoek vertaald kan worden. En hoek hier dan als streek of land gebruikt. Dus men had het over het land van de Munte. Er werd gesproken over Menterne en Menterwolde, en naast deze twee verschillende gebieden was er nog het Althammet (Alde Ombecht).

Grijzemonnikenklooster
In 1258 werd in Menterne een Bernardiner klooster gesticht.
De monniken droegen grijze kappen, vandaar dat de bevolking wel sprak over het Grijzemonnikenklooster. De priesters preekten niet in de kerk van Termunten en hadden geen kontakt met de buitenwereld. Het klooster kreeg vooral bekendheid door een getuigeverklaring, waarmee het ontstaan van de Dollard werd verklaard.
Dit had betrekking op de storm van januari 1277;


De storm van 1277
De gezeten landzaten onderhielden de dijken zeer slecht.
Ter illustratie is de uitspraak van een van hen
"liever wil ik mijn land ter hoogte eener speer onder water zien, dan een schop aarde te besteden om daarmee de dijken mijner naburen te maken" .
Tijdens de bewuste storm van 1277 brak dan ook de bouwvallige Eemsdijk door, en later dat jaar werden dertig dorpen van de kaart geveegd ... In de loop der eeuwen herwon men wel meer en meer land, helaas ten kosten van vele levens.


Situatie in 1530 waarop goed te zien is dat dorpen die in de 13e eeuw nog geheel in het land lagen, nu "uitzicht op zee" hadden.
De stippellijn geeft de huidige situatie aan.
De stand en grens van het water wisselden vaak.

Een jonge visser uit Nieuwe Statenzijl, die bijgelicht door de maan, eeuwen later over de wijde Dollard naar huis voer, kreeg de schrik van zijn leven toen hij vlak bij zijn schip in het donkere water een vreemde glinstering zag. In de diepte zag hij de spits van een toren, en daken van huizen ... Waar deze visser voer bevond zich vroeger het Reiderland.
Het gebied telde 33 dorpen en bij de storm van 1277 werd ook dit gebied (ten Oosten van Termunten) zwaar getroffen.
Op het kaartje ziet u dat het land herwonnen is. Nu bevindt zich er de Reiderpolder.

Van oorsprong bestond het huidige Termunten uit twee dorpen, Groot- en Klein Termunten. De oude Aa (water) vormde de scheiding, tussen beide dorpen die een eigen bestuur en kerk hadden.
In Klein Termunten verdween de kerk en daardoor ontstond een bestuur van kerkvoogden over "Beide Termunten".
(De stenen van de kerk van Klein Termunten werden gebruikt voor de dijk bij Termunten).

Trymont
In de geschiedenis van Termunten komt na het Bernardiner klooster ook het klooster Trymont ter sprake (Trymont = Drieberg). Dit klooster moet gelegen hebben ter hoogte van Dallingeweer in het Reiderland. Er leefden de Cisterciënzer nonnen, de grijze vrouwen genaamd. Het verhaal doet de ronde dat de naam Termunten van Trymont zou zijn afgeleid, maar de meeste historici trekken dit in twijfel. Vanaf de 15e eeuw ontstonden felle ruzies tussen de stad Groningen en de Ommelanden om de rechten van stukken land in het Oldambt. Bekend is bijvoorbeeld de slag bij Appingedam en Oterdum (15e eeuw). Ook tijdens de hervorming werd Termunten niet met rust gelaten. In de 16e eeuw vielen de Geuzen bij Reide en Termunten binnen en plunderden de kerk en het klooster werd in brand gestoken.

stormen
Als een rode draad lopen de stormen met noodweer door de geschiedenis van Termunten heen;
Tot overmaat van ramp volgde na de veepest en de voornoemde plunderingen in 1587 een grote dijkdoorbraak die 25:000 grazen land deed onderlopen. Woldendorp, Termunten, Wierum, Heveskes, Weiwerd, Oterdum, Farmsum en Wagenborgen leden zware verliezen, velen kwamen om en grond vloeide weg. De stad Groningen hielp bij het herstel van de dijken, omdat de stad het nog steeds voor het zeggen had.
De vrede van Munster in 1648 bracht de nodige rust.
Tot in 1686 de St.Maartensvloed opnieuw dijken deed breken . En er was de (onder geslacht A beschreven) kerstvloed van 1717). Het verhaal gaat, dat tijdens een van de vele dijkdoorbraken de doodskisten op het Termunter kerkhof de grond uitspoelden en in het rond dreven...

de kerk
Omgeven door het kerkhof ligt op zijn hoge wierde de kerk van Termunten. Vlak onder de dijk en dicht tegen de smalle straatjes aan. Omdat de wierde met de kerk en de huizen hoger dan zijn omgeving lag, werd er zeer zuinig met de grond eromheen omgesprongen. De kerk is een restant van de kruiskerk (1299), alleen het koorvak is overgebleven.
De kerk is in W.O. II zwaar beschadigd.

In het midden van de 19e eeuw zijn verschillende wegen verhard. Dit gebeurde meestal over de oude kleiwegen heen, en zo werd menig voetpad volwaardige rijweg. In 1980 woonden er omstreeks 5000 mensen in 1380 huizen. Ter vergelijking: In 1820 > 1660, in 1850 > 2450 en in 1900 > 3500 inwoners.


 


Woldendorp

Ook Woldendorp ligt op een wierde.
Wij zien de kerk die een restant is van een grote kruiskerk uit 1270.
In Woldendorp zijn nog veel van de huizen uit de 19e eeuw, waar Schoonbeken woonden, te zien, alleen niet meer in de exacte oude staat.
Vroeger moet er bos geweest zijn (de oude naam is Woldmannendorp -wolt/woud).
Van dit bos is niets meer terug te vinden. Want ook in Woldendorp heeft het water zijn stempel achter gelaten ...
Het gezicht van Woldendorp werd in de geschiedenis van de Schoonbeken bepaald door de molen "hercules", net zoals Termunten zijn molen "Aeolus" had.
En ook hier heeft W.O. II zijn sporen achtergelaten.


 

Borgsweer

Werkelijk als een verlaten dorpje in het volle Nederland ligt daar Borgsweer.
Wanneer het dorp precies is ontstaan, is niet bekend, Het is mogelijk al tijdens de middeleeuwen ontstaan, toen mensen er een terp bouwden.
Ook de naam is niet geheel duidelijk; "weer" komt van "wierde" en "borg" betekent "zekerheid", er zou dus wel over "borg van zekerheid" gesproken kunnen worden.

In 1432 worden Borgsweer en Oterdum gescheiden, en viel Borgsweer vanaf dan onder Termunten. Helaas is er in het midden van de 20e eeuw opnieuw een touwtrekken begonnen om dit dorp. Termunten weigert af te staan en Delfzijl eist... Zullen er in het jaar 2010 fabrieken staan op de plaats waar nu nog de rust uit het verleden zo goed herkenbaar is?

De geschiedenis van Borgsweer gaat ongeveer gelijk op met die van Termunten. Ook hier de verschrikkingen van stormrampen en overstromingen. Weliswaar ligt nu een groot gedeelte achter de op deltahoogte gebrachte dijken, maar bepaalde stukken zijn dat ook nog niet. Grote rampen zullen het gebied wel niet meer zo teisteren als in het verleden, waar de vele polders nog hun stille getuigenis van afleggen.

de kerk
Het opvallendste gebouw van Borgsweer is de kerk. Deze is op een oude kerk uit 1635 gebouwd, in 1881. En na hevige stormen in 1972 stond hij daar, met een zwaar beschadigd dak, met kapotte ramen. Sindsdien huisden er vogels die wachtten op de sloophamer.

Van 1738 tot 1781 is Paulus Gillot predikant in Borgsweer en dat moet een genealoog die namen en data uit deze tijd zoekt wél ervaren. Deze Paulus heeft namelijk nimmer iets opgeschreven in de boeken... Ook bij het onderzoek naar de herkomst van de verschillende Schoonbeken kreeg ik met dit feit te doen.

In 1840 woonden er in Borgsweer 100 mensen, in 20 huizen.
Over het dorpje is verder erg weinig bekend, de aandacht is meestal uitgegaan naar Termunten. Anno 1975 heeft het één kruidenier, voor de oorlog waren dit er nog vier.


 

Termunterzijl

Ook bij Termunterzijl is de geschiedenis voor een groot deel verweven met die van Termunten omdat Termunterzijl zo dicht tegen het moederdorp aanligt.

de haven
Termunterzijl wordt gekenmerkt door de haven, waarin nog niet zo lang geleden de vissersboten laren.
Tot circa 1890 was het een koopvaardijhaven. Tot circa 1875 ging een groot deel van de im- en export via Termunterzijl. Maar het Eemskanaal werd gegraven en er ontstond een goede verbinding tussen Groningen en de zee. Ook de ontwikkeling van Delfzijl als zeehaven ging ten kosten van Termunterzijl Pas na circa 1890 werd het een vissersdorp.

Kenmerkend voor het dorp is ook de grote sluis, een zegen voor de Oldambter boeren.
Het gemaal is in 1933 pebouwd. Door het gehucht stroomt het Termunterzijldiep waar de oude huisjes langs de waterkant nog, te zien zijn. Langs dit diep werd vroeger het overtollige water van het "Waterschap Oldambt" afgevoerd



 


Drenthe

Drenthe, men spreekt wel van de lappendeken door de afwisseling in landschappen, - de oude zanddorpen, de streekdorpen, de veenkoloniën en de heideontginningen.
De oudste veendorpen dateren uit de 11e tot de 13e eeuw (bijvoorbeeld Ruinerwold en Schoonebeek).
Drenthe is heel lang het stiefkindje van Nederland geweest. Het was 'een uithoek', met veenmoerassen, hunnebedden en plaggenhutten. Verstoken van welvarende 'Hollandse' gouden eeuwen. Toen 'de Hollanders' ontdekten dat het Drentse veen prima was voor de kachel, bracht dit een opleving voor de provincie.

veenontginning
In het begin van de 17e eeuw begon de ontginning van de venen bij Diever, Smilde en Hoogeveen. Er werden kanalen gegraven, en aldus ontstonden de veenkoloniën.
De oudsten zijn Hoogersmilde en Hoogeveen. Het ie bekend dat de meeste inwoners van de uitgestrekte veenkoloniale gebieden van elders kwamen (Groningen. Friesland, Overijssel en ook wel uit Duitsland). Ze verschilden uiteraard met de autochtone bevolking uit de zanddorpen, bijvoorbeeld wat hun instelling, het dialect, de boerderijenbouw en de kerkelijke opvattingen betreft. Na circa 1830 kwamen ook velen uit de andere nederlandse provincies naar Drenthe. Zo werd ook door hen een bijdrage geleverd aan de economische ontplooiing.

het dagelijks leven in Drenthe
Het gemeenschapsgevoel in Drenthe was omstreeks 1850 nog erg groot, veel sterker dan bijvoorbeeld de provincies in het westen. Men had minder contact met de buitenwereld (de stad), en er werd geholpen in nood en strijd, bij het bouwen van een woning en bij sterfte en geboorte. Juist door deze saamhorigheid kreeg dat besloten boerenleven nog enige kleur.
Hierbij kan ook aangetekend worden dat er bij menige gebeurtenis ook goed geklonken werd...
Er was sprake van een overmatig drankgebruik. In deze tijd steeg de welvaart wel iets, doch het beschavingspeil van de landarbeiders en de boeren bleef niettemin laag. Er werd tegen een zeer laag loon heel hard gewerkt. Het analfabetisme was groot, het peil van de dorpsscholen laag, In Drenthe hadden de onderwijzers een heel krap loontje en het is bekend dat zij om en om bij hun leerlingen de maaltijd gebruikten.

De boeren en landarbeiders waren in Drenthe verreweg in de meerderheid.
Omdat er het gebrekkig contact bestond tussen het platteland en de stad, en omdat het financieel vaak noodzakelijk was, werden kleren zelf gemaakt, er werd zelf geweven en getimmerd. Pas omstreeks de eeuwwisseling 1800-1900 verschenen er in Drenthe meer ambachtslieden, de economie bloeide weer wat op. Daardoor kwamen er naast de agrarische beroepen ook wat meer timmerlieden, wevers, winkeliers en smeden.

Smilde
Bezien wij de kaart, dan tekent zich duidelijk de lijn af met plaatsen die een rol in de Schoonbeek-geschiedenis van het Smilde-geslacht spelen.

De Smildervaart is gegraven ná de geboorte van de stamvader uit Hijkersmilde. Hij moet deze gebeurtenis zeker mee gemaakt hebben; ten behoeve van de veenontginning werd de Smilde- of Hoofdvaart gegraven tussen 1767 en 1780. In de 17e eeuw was begonnen met de ontginning van de Smiliger veengronden en de veenkolonie Smilde ontstond.

Gaan wij de plaatsjes op de hondsrug af, Drenthe door tot in Groningen, te beginnen met Anloo.

Anloo
Anlo (Anloo) het typische brinkdorp waar nog enige oude boerderijen staan. Op de brink de Romaanse N.H.-kerk met een schip uit de 11e eeuw, een toren uit de 12e -, een koor uit de 13e - en het torenspitsje uit de 18e eeuw. In dit kerkje werd regelmatig 'recht gesproken' door de Etsstoel.
De grond rond Anloo is al heel lang bewoond. Er zijn in Anloo resten van acht (!) hunnebedden.
Anloo is een oud esdorp, maar zeker ook een 'nieuwe' veenkolonie.

Gieten
Met zijn molen uit 1833 en de kerk uit 1849.
Waarschijnlijk betreft het hier een Romeinse nederzetting. Het wordt als 'Geten' voor het eerst genoemd in de 13e eeuw.
Het was eeuwenlang een pleisterplaats voor reizigers die van en naar Groningen trokken.

Gasselte
Met het wit gepleisterd N.H.-kerkje (14e, 18e en 19e eeuw).
Gasselte is een heel oud dorp. Het moet er al in de pre-historie geweest zijn.
Gasseltenijveen is ontstaan in de 17e eeuw, tijdens de veenontginning.

Borger
Met in de hoofdstraat de eenvoudige N.H.-kerk uit 1826 met de massieve toren uit de 14e eeuw die op zwerfkeien gebouwd is.
Het is een esdorp. Er zijn elf(!) hunnebedden in de omgeving van Borger.

Odoorn
Met de N.H.-kerk (12e eeuws koor, bekleed met gespleten granieten zwerfkeien).
Ook alweer zo'n oeroude nederzetting. Met andermaal de nodige grafheuvels en hunnebedden.
In Odoorn is vanaf 1852 turf afgegraven.
In 1753 en in 1829 brandde de pastorie (mét de kerkelijke registers) af... In 1897 ging ook de kerk in vlammen op. Samen met Weerdinge en Nieuw Weerdinge en met Hoswinkel. Begin 19e eeuw bestond nog circa 18.000 ha van de 28.500 ha uit onvergraven hoogveen.
In de 2e helft van de 19e eeuw zijn de meeste veengronden verkocht, en langzaam werd het turf gewonnen.

Emmen
Een oude nederzetting. Er zijn hier elf hunnebedden te vinden.
Pas in de 19e eeuw kwam hier de veenontginning goed van de grond.
In Emmen vinden wij de kerk met romaanse toren (eind 12e eeuw). Verder het verdedigingswerk "de timmerschans" uit 1594, die in 1800 vergroot en vernieuwd is.

Ter Apel
Dat onder de gemeente Vlagtwedde valt, met het bekende (Kruisheren-)klooster waar men niet omheen kan, al in de provincie Groningen. Het klooster dateert uit de 13e eeuw.

Stadskanaal
De gemeente die bestaat sedert 1969, voormalig Onstwedde en een deel van de gemeente Wildervank. Onder het gewest Stadskanaal valt ook Vlagtwedde.

Onstwedde
Dat al in de 9e eeuw ontstond, met zijn N.H.-kerk uit circa 1500 en de "Juffertoren" met gemetselde torenspits ( 1400).

Wildervank
Gemeente Veendam vanaf 1969, daarvoor tot de gemeente Wildervank. Het vormt een aaneengesloten. geheel met Veendam en Muntendam. De grondslag van de veenkolonie Wildervank werd in 1647 gelegd door A. Geert uit de stad Groningen.


 

 


leven in de vorige eeuwen in
Groningen en Drenthe

de omwenteling na 1800
Rond de eeuwwisseling 1800 / 1800 vond een zekere omwenteling plaats.
Naast de voor sommigen 'belangrijke' invoer van de naamsaanneming. waren er uiteraard nog meer vernieuwingen. In het kort kwam het neer op de eenheid in de rechtspleging, het onderwijs en het belastingstelsel. Ook werd het gildenstelsel afgeschaft.
(De timmerlieden Schoonbeek oefenden overigens allen hun beroep "vrij" uit en hadden niet te maken met het gildenstelsel.)
Verder kwam er eenheid in het'muntenstelsel, net als het maten- en gewichten stelsel.

De moderne overheidsadministratie was een groot pluspunt. Van geboorte, overlijden en huwelijk moest een akte worden opgemaakt. Het kerkelijk register verdween op de achtergrond

school
In 1806 kwam de nieuwe schoolwet die de kinderen verplichtte naar school te gaan.
In Groningen en Drenthe moest men zelfs schoolgeld betalen, wat het vol zitten niet bevorderde... In Termunten had men rond deze eeuwwisseling één school met één meester, de broer van de kastelijn. Het onderwijs was zuiver verbaal, pas na 1857 leerden de kinderen meer werken via de aanschouwelijke methoden. De methode "Bartjens" verscheen al in de 17e eeuw, maar in de 19e eeuw leerde men er nóg het rekenen mee.

timmermannen
Onder de Schoonbeken waren timmerlieden en daglooners (die per dag betaald kregen).
In Termunten was geen scheepswerf, maar de vele boerderijen vroegen onderhoud.
Er waren geen machines, alles ging met de hand, schaven, zagen, boren, ...
Er werden de rijk versierde entree's gemaakt, prachtige deuren en kozijnen.
De lijsten om de dakgoten waren zelfs helemaal bewerkt. De deuren in de kamers waren voorzien van panelen. Deze produkten zijn nog even gaaf als toen ze er in gezet werden.

Over de timmerlieden in het Oldambt wordt gezegd
"Het waren hard werkende mensen die hun werk met veel plezier moeten hebben gedaan, in hun tijd waren het kunstenaars. Men werkte met plezier tien uur of langer, het ging van harte. Men kende geen winterstop. De daglooner verdiende wél meer dan de zelfstandig werkende timmerman, maar de laatste was daarintegen meestal verzekerd van werk",

eten en drinken
In de winter viel de oogst vaak tegen en men had meestal slechts wat aardappelen staan.
Meer werd er dan niet gegeten. Het ontbijt bestond in deze streek uit roggebrood.
Tussen 11.30 en 12.00 uur kwamen er bruine bonen op tafel en om 6.00 uur at men aardappels (in de winter om 5.00 uur). Vlees en spek waren in Termunten onbekend. Héél soms werd er in de betere kringen paarden-, kraaien-, ekster-, en uilenvlees gegeten. De gemeente Stadskanaal week van deze Oldambter gewoonte af, daar at men "den gansche dag Brij".
Wat het drinken betreft, koffie was een veel getapte drank. De Schoonbeken zullen waarschijnlijk menig borreltje gedronken hebben. Jenever was te betalen, in tegenstelling tot het bier.

dagelijks leven
In de helft van de 19e eeuw telde Nederland drie miljoen inwoners.
Er vond de invoering van rechtstreekse verkiezingen (Kamer, Provincie en Gemeente) plaats. Onze Schoonbeken zullen hier echter niet veel aan gehad hebben: alleen de mensen die f 10,00 belasting betaalden mochten stemmen . De ambachtsman stond dichter bij de loonarbeider dan bij de hetere stand. Er was geen verschil tussen patroon en knecht.
Droeg men bij de betere stand een hoed en schoenen en werd een dame met "mevrouw" aangesproken, bij het volk en de armen waren dit klompen, petten en de dame was er "vrouw".
Op het platteland hadden de dagloners vaak een huis voor zich alleen, met een stukje grond.

In plaatsjes als Termunten waren geen winkels.
Ieder had zijn eigen stukje grond waar het nodige op verbouwd werd.
In de provincie Groningen kwam enige malen per jaar het "diggelschip" langs de dorpen, waar kopjes, borden en ander steengoed gekocht kon worden.
Op de jaarmarkt kon gekocht worden wat de ambachtsman of de marskramer niet had.
Men ging meestal met de trekschuit naar de jaarmarkt. De vrouwen breiden dan kousen. de mannen rookten, speelden kaart of damden wat.
Goederen die niet op de markt te krijgen waren, verkochten de boeren rechtstreeks aan huis.
Of het nu 's zomers of in de winter was, men droeg áltijd dezelfde kleren, in dezelfde kleur, van dezelfde stof.


Over het huwelijk in de provincie en stad Groningen.
(bron ; "Groningen" nr.4 1935 - B. J.D.Alberts).
De bevolking van Friesland en Groningen heeft zich altijd sterk aan oude gebruiken vastgehouden. Bij de oude gebruiken betreffende het huwelijk speelde de kerk een grote rol. Ten aanzien van het huwelijk ie de wetgevende bevoegdheid (in de 13e eeuw) van de katholieke kerk door de overheid erkend. Ook in Groningen richtte men zich, wat huwelijkszaken betreft naar de kerkelijke voorschriften. Slechts hier en daar waar de kerk tekort schoot, greep de stadsoverheid in.
Dit alles tot de Reformatie. Tot dan toe was er niet veel verschil tussen Groningen en de rest van het land. De katholieke kerk beschouwde het huwelijk als een zaak van de kerk, maar de gereformeerden, die het in de 17e eeuw meer voor het zeggen kregen, deelden deze opvatting niet; het was niet de taak van de kerk, laat de uitoefening (wat betreft het huwelijk) van wetgeving en rechtspraak over aan de burgerlijke overheid. En zo verschenen de punten van het huwelijksrecht.

Eerst een aardig (Gronings) gebruik;
Had vroeger een man huwelijksplannen, dan schakelde hij een tussenpersoon in. Deze moest namens hem aan het meisje vragen "om toestemming tot vrijen". Men noemde dit het aandainen (aandienen). De afgezant, meestal een goede vriend, werd moaksman (makelaar), degensman (raadsman/arbiter) of veurvrijer (had het recht het meisje de eerste kus te geven) genoemd. Werd het gevraagde verlof verleend, dan mocht de vrijer komen, en samen met de tussenpersoon maakte hij het eerste bezoek. De moaksman had bij dit bezoek meestal het woord, ook vooral wat de centjes aanging. Had hij door zijn bemoeienis de zaak tot een goed einde gebracht, dan kreeg hij gewoonlijk als beloning een nieuwe hoed.
(Joh.Onnekes-"Zeden, Gewoonten en Gebruiken in de Provincie Groningen")

In het woordenboek der Groninger volkstaal uit 1887 vinden wij het volgende: Degensman/moaksman/veurvrijer. iemand die uit naam van een jonkman aanzoek doet bij de ouders van het meisje, om naar hare hand te mogen staan, om toestemming tot het aan huis te komen mogen vrijen. In Groningen was er, in tegenstelling tot elders, maar één moaksman. Men vond dit gebruik vooral bij de boerenstand, in de stad kwam het ook wel voor. Zij die nog geen 25 jaar waren (minderjarig), mochten alleen met toestemming van ouders of, voogd trouwen. Daarna volgden de grootvader en -moeder, de broers en zusters, en de bloedverwanten van vaders- en moederzijde. Maar, zo zegt ons art.5, de ouders mogen de kinderen niet beïnvloeden of uithuwelijken "sonder der selver onbedwonge wille". Ook de trouwbeloften die in dronkenschap zijn aangedaan, zijn ongeldig. Wanneer een minderjarige zich tóch verloofde (of zelfs trouwde) zonder de toestemming, dan stond een boete van 25 gulden te wachten. En als er ook een protest uit de buurt over kwam. dan werd zo'n persoon ook nog de stad uitgezet...

Het gebruik van de huwelijksvoorwaarden is al zeer oud. Wanneer deze niet waren opgesteld, dan trad na de "echtelijke beslaping" de gemeenschap van goederen in. Ook bij het opstellen van die huwelijksvoorwaarden, was de toestemming van de ouders nodig. Alvorens te trouwen, gingen de echtelieden samen met hun verwanten naar de "Heeren der Weeskamer" en daar werd , na onderzoek op bloedverwantschap, toestemming tot trouwen gegeven.
De namen van de echtelieden werden aan de kerkdienaar doorgegeven en zo werd op drie zondagen vanaf de preekstoel het huwelijk aangekondigd. In Groningen kende men alleen deze kerkelijke afkondiging. Soldaten moesten toestemming van hun officieren hebben. Burgers en inwoners van de stad betaalden aan de boekhouder der armen 24 gulden (en de koster moest de kwitantie zien!).

In 1689 besliste men dat jongens onder de 14 en meisjes onder de 12 jaar niet mochten trouwen (hiervoor was dat 18 en 15 jaar). Als twee personen binnen de verboden graden van bloed- of verwantschap trouwden, dan werden ze "aan lijf en goed" gestraft...
In de regeling van 1669 werd verder gesproken betreffende "concubinaetschap, hoereye en ehebrenke (allen die vleeschelijke conversatie met elkander hebben gehad)". Zij die zich hieraan zondigden, moesten tegen een boete van 50 gulden, binnen de zes weken een huwelijk aankondigen... De voltrekking van het huwelijk mocht alleen in een kerk geschieden.
In de 17e eeuw werd bepaald dat een weduwe binnen de tijd dat zij in verwachting van haar man was, niet mocht hertrouwen.

Pas na de "echtelijke beslaping" was het huwelijk wettelijk voltrokken (de kerkelijke inzegening was slechts traditie). Na de kerkelijke inzegening volgde de warschop (feestmaaltijd).
De ordonnantie op delicten van 1725 bepaalde, dat een man of vrouw, getrouwd of ongetrouwd, die met een gehuwde man of vrouw overspel pleegde, eerloos zou zijn en een boete van 300 daalder moest betalen. Als deze boete niet betaald kon worden, dan volgde "geeseling aan de kaak en verbanning".


 


LINKS

pagina's over Groningen en Drenthe

Termunten
Termunterzijl
genealogie Groningen
Groninger archieven
genealogie Drenthe van Hans Homan
NGV afd Drenthe
veenkoloniaal-museum - met veel informatie over de veengebieden.