voordracht Fred

Rebecca > herdenking > voordracht Fred

Lieve kennissen, vrienden en familie. Lieve schat.

Wat een steun te jullie mogen te zien, wat een ellende jullie hier te moeten zien. Dit is verreweg de moeilijkste toespraak die ik ooit zal houden. Ik vetrouw op jullie begrip.

De afgelopen dagen heb ik enkele malen horen zeggen 'je vrouw ken ik niet zo goed', en ik weet dat veel mensen die mij kennen dat denken, sommigen vroegen zich misschien ooit af of ik überhaupt getrouwd was. Dat was ik en het is inderdaad een onuitsprekelijk geluk dat jij, Rebecca, mijn wederhelft én de moeder van mijn kinderen bent geweest.
Niettemin is het een grove onrechtvaardigheid als jij zo in de herinnering zou blijven. Het is véél minder dan de halve waarheid. Ja, ik weet goed, Rebecca, hoezeer je het verafschuwde 'in de belangstelling te staan'. Nu je niet meer tegenstribbelen kan, zal ik tóch deze kans niet voorbij laten gaan.
“Bescheidenheit ist eine Zier”, heb ik je vaak horen zeggen. Het spijt mij, maar ik je zal je niet zonder de volgende woorden laten vertrekken.

Ik heb al meer dan genoeg te vertellen als ik mij beperk tot de véél te korte periode dat ik je gekend heb. Ik begin dus op 21 maart 1981, toen wij elkaar, onder nooit geheel opgehelderde reden, ergens op een station in Nederland ontmoetten.
Deze dag heb jij trouwens altijd beschouwd als onze eigen feestdag. Het ging daarna snel, in de eerste plaats door jou. En binnen negen maanden werd jij inderdaad Mevrouw Steenhoff; "de vrouw van". Op een koude en besneeuwde decemberdag. Onze huwelijksreis was naar je geliefde Parijs, waar je wel elk jaar naartoe wilde.
Enkele jaren ervóór was jij kampioene judo, zwarte band in Zuid-Holland geweest, dus kon je ten volle genieten van onze intensieve reizen naar de States, Frankrijk, en je eeuwige muze, Oostenrijk, waar wij heerlijke bergwandelingen maakten. Na enkele gelukkige jaren in ons kleine, knusse huisje in Zetten, en na wat strubbelingen van mij met mijn "baas", kwamen wij dan in Belgenland terecht waar een nieuw leven begon.
Na uitgebreide streekverkenningen belandden wij tenslotte in Alsemberg waar die nieuwe periode begon. Het huis was ruim genoeg, dus mocht jij moeder worden, wat altijd al jouw grote wens geweest was, je géven aan je kinderen. Je was altijd actief, ook in onze tuin die elk jaar mooier werd en je genoot van het groen om ons heen. Vooral ook later, toen je de tuin niet meer goed in kon leefde je helemaal op in het voorjaar en zomer als de natuur door de openstaande deuren naar binnen kon stromen.

Je wilde graag werken, maar dat lag in deze nog nieuwe omgeving niet zo voor de hand. Wel weidde je je ten volle aan de verzorging en opvoeding van de jongetjes en daarnaast had je nog vele andere bezigheden. In de eerste plaats je grootste en langdurigste hobby, het stamboomonderzoek. Alles over de Schoonbeken, de Bechten, je moeders familie, en later ook de Steenhoff's werd tot in de verste voorouders en de laatste archiefstukken uitgeplozen. Eerst bezocht je daarvoor archieven, later correspondeerde je ook veel en tenslotte deed het internet zijn intrede. En ondertussen vulden de schappen zich met twintig jaargangen"Bechtbullen", "Schoonschrift Schoonbeek" en "Stamboeken Steenhoff". En in de vakanties werden onze 'Ahnen' (voorouders) ter plekke, vaak ook in Duitsland, met een bezoekje vereerd. Verder trachtte je zoveel mogelijk je vak, grafisch ontwerpen, te beoefenen. Je deed mee aan ontwerpwedstrijden en trachtte opdrachten te verkrijgen. Aanvankelijk lukte dat laatste niet direct, maar later had je meer succes. Ook kwam er een piano in huis, om jouw pianostudies van vroeger weer op te vatten en mogelijk ook de jongens voor muziek te interesseren.
Ondertussen ging manlief zo zijn eigen groene en muzikale gang. Wij hadden zo elk onzer hobby's en eigenaardigheden, zaten nooit op elkanders lip, maar wisten elkaar altijd weer te vinden.
Om niet 'in te slapen' begon je een cursus wiskunde. Kortom, wij vormden een jong gezinnetje met twee leuke, lieve, gezonde jongetjes. De toekomst lachte ons tegemoet.
De ontdekking die wij al snel hadden gedaan, dat wij niet alleen voor elkaar bestemd waren, maar wel voor elkaar vóórbestemd leken, vervulde ons met een intense vreugde. Dagelijks groeide die heerlijke 'Seelenverwantschaft' tussen ons, bij jou wellicht nóg meer dan bij mij. Op alle foto's uit die tijd, toen ze nog gemaakt mochten worden, straal je van geluk.
Wij voelden ons dolgelukkig en uniek, waarschijnlijk waren wij net zo uniek als alle andere jonge gelukkige gezinnetjes.

Er lag wel een kleine schaduw over dat geluk. Je gehoor, dat toch al niet geweldig was, ging steeds verder achteruit. In je jeugd was er al meerdere malen naar 'gekeken', maar er was niets gevonden. In Wageningen smeerden ze je zelfs een gehoorapparaat aan. Maar ook dat bood geen soelaas. Omdat je bang was ook 'je goede oor' te verliezen, trokken wij naar dokter Vandenbussche, die je naar Jette stuurde, waar hersenfoto's werden gemaakt.

De periode die daarop volgde, de gesprekken met de artsen, de chirurgen, en de operatie van 2 februari 1988 waren onze waterscheiding, onze 'Elf september', al konden wij dat alles misschien toen nog niet direct vermoeden.
Op de beide gehoorzenuwen zaten grote tumoren, mandarijnen, en op andere plaatsen zat nog meer spul, inclusief klein grut. Door een arts onlangs 'keutels' genoemd. Je had er op het laatst 30 van die kleintjes. Die gezwellen op de gehoorzenuwen moesten eruit, de anderen waren voorlopig niet gevaarlijk, want 'goedaardig', in hoeverre gezwellen in de hersenen goedaardig kunnen zijn. De operatie betekende wel dat je laatste restje gehoor geheel verdween. En je onze jongetjes nooit meer zou kunnen horen. Ook de rustige muziek waar jij zo van kon genieten, romantische of pianomuziek en de fado's van Amalia Rodrigues waren voortaan voor jou onbereikbaar. Het werd stil in je hoofd.
Was het daarbij maar gebleven...
Allereerst raakte je het evenwichtsgevoel goeddeels kwijt en was fietsen onmogelijk. Ook kon je het na veel moeite behaalde rijbewijs weer weggooien. Beide aangezichtszenuwen waren bij de operatie verdwenen. Waardoor je geen gevoelens meer op je gezicht kon toveren en je gezicht, toch de uitdrukking van de persoonlijkheid, niet meer die lieve, hartelijke uitdrukking bood van weleer. Maar een uitdrukkingsloos en emotieloos werd. Dat vond jij nog het ergste van alles. Voortaan in restaurant of publieke ruimte een plekje 'uit het zicht' zodat de mensen je niet meer aan zouden staren. En "hou eens op met die foto!". Je kroop noodgedwongen door de omstandigheden en je schaamte om jezelf weer terug in je schulp, waaruit je kort tevoren gekropen was.

Maar er was meer. Een nieuw jargon deed in zijn intrede in ons leven: ziekte Von Recklinghausen, zoals jouw aandoening ten onrechte door de chirurg werd genoemd. Neurofibromatose 2 (NF2), oogzenuw, goedaardig gezwel, erfelijkheidsonderzoek, oogdruppeltjes. Allemaal termen die je best zover mogelijk buiten de deur houdt, maar bij ons te paard binnenkwamen. Veel ziekenhuizen in Vlaanderen leerden wij daarna kennen omdat jij trachtte toch je gehoor deels terug te krijgen, wat helaas onmogelijk was. En later omdat bleek dat jij je ziekelijke genen op Thomas had overgedragen...
Hadden wij het voor onze Elf september nog over je 'goede oor', daarna was het je 'goede oog' dat de aandacht opeiste. Bij je operaties waren je ogen dichtgenaaid, en daarna is één oog niet meer goed gekomen.
En ook met het ander oog bleef het behelpen en voortdurend behandelen.
Dit oog was wel je levenslijn met de buitenwereld. Wat maakte jij je daar altijd zorgen om, temeer omdat NF2 gezwellen zich ook op de oogzenuwen kunnen voordoen.

Gedaan ook was het met de heerlijke bergwandelingen in je geliefde Oostenrijk. Voortaan moest je, vanwege je evenwicht, op moeilijk terrein voortdurend begeleid worden. Een trap moest een leuning hebben, anders kon je hem niet af. En je man, die vergat dat wel eens.

Maar het was zéker geen trieste tijd. Daar zorgde jij wel voor. Aanpassen, niet klagen en verder gaan, wat was je devies. Klagen deed je nauwelijks en als je het dan eens deed, volgden altijd verontschuldigingen. Alsof dàt nog nodig was. Er waren beperkingen, maar je bleef genieten van het leven. Je ging door met veel van je hobby's, en je werd uit een dreigende vereenzaming verlost door computer, en vooral het internet.
De genealogische activiteiten draaiden op volle toeren, en je beeldmerken werden af en toe ook gebruikt. Bijvoorbeeld enige tijd in de Boesdaalhoeve. Maar het nieuwe medium had ook webmasters nodig. Zodat je voor onder andere het 'Regionaal Landschap', Streekvereniging Zenne & Zoniën, de doven- en NF2 verenigingen van België en Nederland webmaster werd. Ook de omslag van het Brabants Bieke was van jouw hand. Jij had alle redenen om op die verworvenheden trots te zijn.
Ook was je voor de verenigingen van patiënten een columniste waar veel mensen steun bij vonden.
Met veel plezier en energie regelde jij van alles en je had graag alle touwtjes in handen. Onder één voorwaarde: dat de regisseur buiten beeld bleef. De door jou bereidde receptieschotels toen David volwassen werd en toen ik mijn werk verliet ontlokten alom grote lof. Maar de felicitaties moesten David en ik wel zélf overbrengen aan de 'chef de cuisine'. Zó was jij ten volle uit: een regisseur achter de schermen. En mochten de lange wandelingen niet meer gaan, de 'ontdekking' van de tandem bracht ons een enorm plezier. Vele tochten volgden, niet alleen het gehele Pajottenland, het Zoniënwoud en een autovrij Brussel, ook Nederland, Frankrijk, Ierland, Hongarije, Denemarken, Slovenië en Duitsland werden door ons onveilig gemaakt. Wij genoten ervan, en helemaal van de prachtige fietsvakanties in Salzkammergut, Enns- en Inntal in Oostenrijk.
Met één minpuntje: bergop ging het mij altijd te langzaam, en bergaf hoorde ik altijd achterop een "niet zo snel!"
Een nieuwe fietsvakantie in Oostenrijk werd alweer door je voorbereid.
Langzaam drong het tot je door dat 'wij niet met gemak de honderd zouden halen' zoals je voor onze Elf september zeker wist, en dat je niet oud zou worden.

Maar verreweg jouw belangrijkste bijdrage aan ons gezinsleven was ongetwijfeld de zorg en genegenheid die jij jouw jongetjes én grote jongen schonk. Zonder jezelf slaafs en onderdanig weg te cijferen stond ons welzijn voor jou altijd voorop. Jij maakte van ons huis een warm nest, een écht thuis. De liefde, de aandacht en de warmte die jij dag na dag aan ons schonk zijn in woorden onmogelijk te vatten.
En het is zeker voor jou een groot genoegen geweest dat de waarden die jij, en dus wij beiden, hoog achtten, ook door onze jongens worden uitgedragen. Jouw inzet is daarin heel goed te herkennen.
Natuurlijk vielen er ook wel eens woorden. Leven met een 'Prinzipienreiter' en een onverbeterlijke troepmaker is een opgave en hoewel jij daarin een groot geduld had, werd het zelfs jou soms wat teveel; er kon ook téveel doorgedraafd worden.
Maar je kritiek was altijd eerlijk en oprecht, nooit om te kwetsen, altijd om de toestand te verbeteren.
Elke keer als ik het weer nodig vond om op dienst- of vakantiereis te gaan trof ik in mijn koffer een klein briefje of een ander bewijs van je liefde aan. Zo zat er vorig jaar, op mijn verjaardag in Helsinki, deze das (met muziekschrift) in mijn koffer.
Jij was kampioen van zulke subtiele, lieve gebaren. Wat een geduld had jij ook, als ik met mensen in gesprek raakte en jij erbij was zonder de loop van het gesprek te kunnen volgen. Maar naderhand wilde je altijd het naadje van de kous weten en wie de gesprekspartner was. Veel mensen zullen jou niet gekend hebben. Jij kende hen bijna allemaal. Uit de verhalen. Je hoefde hen daarvoor helemaal niet zelf te zien.

Telkens ook zorgde jij ervoor dat ik er betamelijk bijliep, want als ik niet correct gekleed was, liep jij voor gek!
Ruzie vond je vreselijk. In ons gezin zijn er nu eenmaal wat je noemt 'onverzettelijke persoonlijkheden', met botsingen tot gevolg. Jij vond dat vreselijk, weigerde partij te kiezen maar deed er alles aan om de vrede, of toch in ieder geval de wapenstilstand te doen sluiten.
Jij had de eigenschap de mensen nogal in te delen in de goeden en de slechten. Zwart of wit, soms met weinig nuance. Daarin waren wij het wel eens oneens, omdat ik jouw oordeel te ongenuanceerd vond. Maar jij was totaal wars van elke opsmuk, pose of namaak. Alles moest voor jou echt en authentiek zijn. Ook hierin was geen compromis mogelijk. Daarbij keek jij nooit neer op mensen vanwege beroep of financiële status. Natuurlijk vond je het heerlijk dat Thomas ook artistiek begaafd was. Maar verder had je in de beroepskeuze van de jongens slechts één wens: 'Doe wat je doet goed, intens en met plezier. Blink er in uit!'
Kinderen waren voor jou niet om mee te pronken. Jouw levensdevies was ook in deze: "Een mens zijn wil is een mens zijn leven". Hoewel je in je hart in een hogere macht geloofde, had je de Roomse Kerk met al haar oneigenlijk bevonden rituelen en intriges allang volledig de rug toegekeerd.

Alle problemen die Thomas met zijn ziekte had deden jou nóg verder boven jezelf als moeder uitstijgen. Dagenlang zat jij aan zijn ziekbed, want "dat is de taak van een moeder". Àlles deed jij ervoor om achter zijn ziekte te komen en een geneeswijze en een toekomst voor hem te vinden. Ook hier weer die onverzettelijkheid. Gelukkig heb je nog geweten dat jouw pogingen voor een opleiding voor hem geslaagd zijn.
Daarna werd jij nog meer Thomas' beste maat, maar daar kan Thomas veel beter zelf over vertellen.

Sinds ruim een jaar had je een nieuwe passie gevonden. Nadat al je foto's gedigitaliseerd waren, nam je deel aan allerlei fotowedstrijden. En de prijzen liepen binnen: bij ons en bij talloze anderen onder wiens naam jij instuurde...
Ja, Bechten zijn echte belhamels.
Nog onlangs werd een foto van jou geselecteerd voor een Memory Spel over Oostenrijk. Een reden om in het ziekenhuis op de computer nog eens lekker gek te doen. En héél kort geleden, drie weken slechts, ging je nog met Thomas foto's maken op het kerkhof van Vorst, hier vlakbij, in het kader van een wedstrijd voor stiltegebieden in Vlaams Brabant. Kerkhoven, ook dat had altijd je speciale interesse gehad. Fotoreportages voor de academie hadden vaak kerkhoven, met oude, verweerde stenen en hun speciale sfeer, als onderwerp. Maar het lukte niet meer die laatste keer. Je kon eigenlijk niet meer lopen, en je zicht was ook heel slecht. Terwijl je zo graag wilde.... Jouw aftakelingsproces ging onverstoorbaar verder. Steeds moeilijker lopen. Steeds minder puf en pit. Een gezicht van een oude, ontevreden nurkse vrouw. Je vond jezelf "een wrak" en haatte tenslotte je eigen lichaam.

De laatste maanden had je bijna geen kracht meer en de afgelopen weken begon je ook minder alert te worden. Een ziekenhuisopname was onvermijdelijk en een chirurgische ingreep onontkoombaar.
Gelukkig was je de dagen voor de operatie weer de pittige mamma zoals wij die bewonderden. Dat je oogzenuw bij de operatie geen gevaar liep stelde je gerust. Snel dat gezwel eruit en weer de 'oude' worden. Je enige wens.

Was het zo maar gegaan.....

Eenzaam, zonder één van je naasten bij je, ben je uit je zo dierbare leven weggegleden. Waar je nu bent? Ík weet het niet. Bij al je voorouders die je allang zo goed kent? Je bent tenslotte nu zelf ook geschiedenis geworden. Bij een god? Of bij je moeder op jullie wolkje en kijken jullie nu naar ons? Wij moeten ernaar gissen. Wat we wel weten is dat wij onze liefste moeder en vrouw niet meer in ons midden hebben.
Nu ben jij een keer vertrokken op reis. Een hele grote. Je laatste. Waar je nooit van zult terugkeren. Meerdere malen sprak je de vrees uit dat ík deze laatste reis eerder zou maken dan jij. Misschien maar gelukkig dat jij je zin kreeg.

Maar lieve engel, moest je nu zó snel al vertrekken?

Klik hier om de tekst te verkrijgen in een formaat om af te drukken (PDF-formaat).




terug    © ThomSten 2005 - 2017